Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
zoodat de rij zich langzaam in die richting verplaatst.
Die beweging gaat nog steeds door, hoewel de mensch
pogingen aanwendt om haar te beletten. Een duide-
lijk bewijs voor die verplaatsing levert de ligging van
den voormaligen Brittenburg op. Daar waar de Oude
Kijn zijne wateren in zee stortte (de Lek bestond toen
nog niet), bouwden de Romeinen een sterken burcht,
tot beteugeling der aan den duinzoom wonende vol-
ken. Van dezen burcht, Brittenburg genaamd, werden
de overblijfselen o. a. nog in 1694 bij zeer lage eb
gezien. Zij lagen echter niet binnen de duinrij, maar
bevonden zich een kwartier ver in zee.
De wind verplaatst echter niet alleen de duinen,
ook ander zand wordt, wanneer het niet door plan-
tengroei bevestigd is, zijn speelbal, zoodat men in
sommige streken van Gelderland, Overijsel en Drente
nu eens een zandheuvel vindt, waar men eenigen
tijd te voren eene vlakte aantrof. Zulk een zandge-
bied noemt men zandsfniviiig. (Wat zijn zee-, wat rivier-
duinen? Zandstuivingen heeten ook wel landduinen.)
§ 18 Merken we nu nog even op, hoe de ntenscli
den bodem, dien hij bewoont, heeft gewijzigd. Schor-
ren heeft hij ingedijkt en in vruchtbaar land herscha-
pen, vooral langs de Wadden en de Zuidhollandsche
en Zeeuwsche stroomen. Ook de Anna-Paulownapolder
en de Wieringerwaard zijn zulke ingepolderde deelen.
De rivieren heeft hij bedijkt en zich meester gemaakt
van de door haar gevormde kleibeddingen. llooge
venen heeft hij afgegraven en lage venen uitgebag-
gerd. Vele nieren en inhammen heeft hij drooggemaakt,
vooral in Noord-Holland (Haarlemmermeer, IJ, Deem-
ster, Purmer, Wormer, Schermer, Heer-Hugowaard).
Maar behalve dat kwam het overige lage gedeelte