Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
eilanden, Biesbosch, Wadden, Zuiderzee). Vandaar dat
op die plaatsen langs de kusten vaak uitgestrekte
vlakten liggen, die door opgeworpen dijken nog niet
aan den invloed van eb en vloed zijn onttrokken,
maar toch reeds grootendeels met allerlei planten be-
dekt zijn. In Holland noemt men dergelijke nog niet
ingepolderde vlakten schorren, in Groningen en Fries-
land ktvelders; in sommige streken dragen ze den
naam van gorzen of van kardoezen. Ook laagveen
wordt nog in alle stilstaande wateren gevormd en op
de uiterwaarden wordt nog steeds rivierklei afgezet.
Ligging (Ier grondsoorten.
§ 14. Beschouwen we nu de hier opgenoemde
gronden wat nader ten opzichte van de plaats waar,
en de hoogte, waarop zij liggen.
Het hoogste gedeelte van ons land is het zuidelijkste
deel van de provincie Limburg, dat reeds gevormd
was voor het ontstaan van het diluvium. üe grond
is hier voornamelijk met zoogenaamde Limbiirgsche klei,
eene vruchtbare teelaarde, bedekt en bestaat uit
halkgesteenten en zandsteen. De St.-Pietersberg, ten
Z. van Maastricht tusschen Jaar of Jeker en Maas,
levert eene soort kalksteen (tufsteen), die als bouw-
materiaal gebruikt wordt (catacomben.)
§ 15. De westelijke grens van het diluvium is eene
lijn van Bergen-op-Zoom over Nijmegen, Utrecht,
Naarden, Amersfoort, Harderwijk, Zwolle, Dokkum,
Groningen naar Nieuwe-Schans. Ten oosteii daarvan
liggen ook nog wel alluviale gronden, aangezien ten
eerste de rivieren en beekjes vergezeld worden door
een vruchtbaren bodem van klei, beekbezinking of