Boekgegevens
Titel: Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1892
Nijmegen: P.A. Geurts
7e dr; 1e dr.: 1879
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1878
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200021
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte aardrijkskunde van Nederland en zijne bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
bedekt is (R'estlaiid), terwijl bij Haarlem door de we-
reldberoemde bloembollencultuur (Bloemendaal, Over-
veen, Hillegom) het land in beslag wordt genomen
(geestgronden. Endegeest, Oegstgeest, Uitgeest).
' § 6. Aan het eind van den aaneengeschakelden
duinketen ligt Helder. Ueze plaats, in de onmiddel-
lijke nabijheid van de reede van Amsterdam, heeft
zich sedert het laatst der vorige eeuw zeer ontwikkeld,
toen de landsregeering haar tot oorlogshaven bestemde.
Napoleon liet er sterke vestingwerken aenleggen.
Door het graven van het Noordliollandscli Kanaal kwam
de plaats tot haar hoogsten bloei.
Ten noorden ervan wordt de duinrij op eene menigte
plaatsen afgebroken, waardoor zij vele eilanden vormt,
die grootendeels uit duinzand bestaan, daar de ach-
terliggende bouwgrond door de zee is verzwolgen. Zij
zijn: Texel, door het Marsdiep van 't vasteland ge-
scheiden, Tlieland, Terschelling (badplaats), Ameland
(badplaats), Schiermonnikoog' (badplaats) en llottunier-
oog. Van de zeegaten tusschen deze eilanden dienen
nog het Tlie en het Friesche Gat genoemd te worden.
Achter de eilandenreeks vindt men, ten noorden van
de provinciën Friesland en Groningen, de ondiepe
Wadden, die hoe langer hoe meer verzanden, waar-
door er uitzicht is, dat de zee eens zal teruggeven,
wat ze voor eeuwen heeft verzwolgen. Om de aan-
slibbing te bevorderen heeft men een vangdani gelegd
van Ameland naar de vaste kust van Friesland.
§ 7. De Zuiderzee is een ver landwaarts indrin-
gende, ondiepe inham, die Noord-Holland van Fries-
land, Overijsel en Gelderland scheidt. In het zuiden
maakte zij tot voor korten tijd een westelijken inham,
het IJ. Aan den zuidelijken oever daarvan, op de