Boekgegevens
Titel: Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Deel: 1e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Haarlem: Wed. A. Loosjes Pz., 1837
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
12e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 27 : 12e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200019
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
MICHIEL ADRIAANSZ. de RUIJTER. 51 •
zee ontmoet ,> zoodanig een' kaper dan zag hij op zijn
fchip afkomen, en hij zag tevens, dat hij niet befland
was tegen het rooffchip. Daarop liet hij eenige vaten
onde Terfche boter op het dek halen , en met die boter
zijn fchip van buiten en binnen befmeren; en wachtre al-
dus den vijand af. Hij liet zich van dezen aan boord
klampen, en daarop.begonnen.de vijanden op zijn fchip
over te fpringen; maar niemand was het mogelijk op het
dek te ftaan, en allen ftortien, de eene voor en de an-
dere na, op het dekveder, en vielen zijner njanfchap
in handen. En dit had ten gevolge, dat de kaper heel
fpoedig van hem afliep.
Z. Hoe veel vermaak doet gij mij, Vader I met mij
van dien Man te verhalen!
TWAALFDE LES.
E. Bij het staaltje van zijne flimheid, zal ik u tevens
een voorbeeld van zijnen onverfaagden moed geven. Op
zekeren tijd zag de Ruijter. zijn fchip door eenige fche-
pen, onder de vlag der- Franfchen, die toen onzen koop-
handel zeer vijandig waren, zoodanig omringen, dat er
geene kans was om hun te ontkomem. In die groote
verlegenheid liet hij zich aan boord van een dier fche-
pen roeijen , en gaf den Kapitein van hetzelve zeer
(goede woorden, zoekende hem te bewegen, dat hij het
fchip vrij liet doorvaren. Doch dit was mis. Wat de
Ruijter inbragt ' of niet, de Kapitein verklaarde het
fchip, met alles wat er in was, voor goeden prijs, en
bood daarop de Ruijter een glas wijn aan. Maar de
Ruijter vatte bij dit aanbod terftond het woord, zeggen-
de : „ Ben ik een gevangen msij , zoo geef mij flechts
Da ' « wa.