Boekgegevens
Titel: Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Deel: 1e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Haarlem: Wed. A. Loosjes Pz., 1837
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
12e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 27 : 12e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200019
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
4,^4 LEVENSBIJZONDERHEDEN VAN
als het er op aankwam, uitgeleerd in krijgslisten....
Maar hier ztjn wij wederom (^Zij waren langs den Buiten •
kant weder teruggekeerd.') juist voor het huis , waar de
Ruijter plagt te wonen.
Z. Dat is zoo Vader.
E. Ja, kind! als hij in het Vaderland was, bragt hij
meestal in dit huis in ftilte en nederigheid zijne dagen
door. Denk eens, kind ! dat huis was door het Hechte
volk eens bijna geplunderd, terwijl de brave Man op
zee omzwierf; maar de goede voorzorg van de Regering
belette het nog. .
Z. Wie weet. Vader! hoe menigmaal de Ruijter,
zoo als wij nu doen, naar het IJ zal gekeken hebben.
E. Ja, kind! en wat moet dat aangenaam voor hem
geweest zijn, als hij bedacht, dat zoo vele vandiekoop-
vaardijfchepen, die hij in de Laag zag liggen, door zijne
voorzigtigheid en beleid behouden te huis waren geko-
men , of dat hij de zee voor hen fchoon gemaakt had!
Maar wie weet, of dat wel zoo in den Man is opgekomen ;
want hij was zeTr nederig, en fchreef altijd het geluk-
ken zijner dapperfte bedrijven toe aan Gods goedheid,
en de maatregelen van zijne Heeren en Meesters.
ELFDE LES.
E. Maar welaan, laat ons voortgaan met onze wande-
ling ; ik wil u nog wat vertellen, eer wij te huis ko-
men. Hij was dan, zoo als ik begon te zeggen, uitge-
leerd in krijgslisten. Ik zal er maar één ftaaltje van op-
geven. Een' kaper (zoo noemt men een fchip, dat in
oorlogstijden, met toeflemming der Regering van een Land,
uitgerust wordt, om alles te rooven, of, zoo als het
genoemd wordt, te neme», wat het van den .vijand op
zee