Boekgegevens
Titel: Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Deel: 1e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Haarlem: Wed. A. Loosjes Pz., 1837
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
12e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 27 : 12e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200019
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
MICHIEL ADRIAANSZ. de RUIJTER. 49 •
weêrfland te bieden. Weldra-kwam het Spaanfche fchip ^^
bij de Ruïjter ; maar het werd zoodanig door hem ge-
havend, dat het niet lang leed, of het zonk naast hem
weg. Toen hij echter zag, dat bet vijandelijke fchip
begon te zinken , liet hij de menfchen, die op hetzelve
waren, er afhalen, en op zijn fchip brengen.
Z. Die menfchen zullen we! blij geweest zijn.
E. Dat waren ze zeker. Maar de Ruijter was toch
nieuwsgierig om te weten, wat de Spanjaard zou gedaan
hebten, als zijn fcheepje dat ongeluk wr.s overgekomen.
Daarom vroeg hij den Kapitein, wat hij zou gedaan heb-
ben , indien het hem gelukt ware, zijn fcheepje in den
grond te fchieten. De Spaanfche Kapitein antwoordde
daarop , dat hij ze met hun fchip naar den grond zou hebben
laten zinken, en dan alle laten verdrinken Over dit zeggen
werd de Ruijter zoo gramftorig, dat hij last gaf, om
den Kapitein met al het' volk buiten boord te werpen.
Z. Eilieve, Vader! kon die goede Man zoo boos worden?
E. Lieve zoon! hij was een mensch; echter liet hij
niet toe, dat deze last werd uitgevoerd; want zoodra
de Kapitein en zijn volk om genade begonnen te roe-
pen , gaf hij hun die, en liet hen in het leven. Hij
wilde flechts de Spanj.iarden, die over het algemeen van
eenen hoogmoedigen aard zijn, doen zien, dat de Hol-
landers alleen uit goedaardigheid , en niet uit lafhartig,
heid, zelfs hunnen vijanden wel doen.
Z. Ik begon daar (Iraks te vreezen, dat zij buiten
boord zouden geraakt zijn.
TIENDE LES.
E. Die zelfde goede de Ruijter , van wiens vergèef-
lijkheid ik u zoo even een voorbeeld verhaalde, was,
D als