Boekgegevens
Titel: Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Deel: 1e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Haarlem: Wed. A. Loosjes Pz., 1837
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
12e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 27 : 12e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200019
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
MICHIEL ADRIAANSZ. de RUIJTER. 47 •
raakte hij als hoogbootsmansjongen naar ,zce, en van
da: heel laag bedrijf klom hij op van trap'tot trap, tot-
dat hij Luitenant-Admiraal werd, het hoogde ambt, dal:
voor een' burger hier te Lande, in de Zeedienst, toen-,
maals, te verkrijgen was, en hij klom daartoe op door
zijne eigene dapperheid en braafheid. (Mer waren zijl
juht voor het huis, waarin de Ruijter gewoond heeft,
thans , door de bezorging van den Heer H. Drost , deszelfs
tegenwoordigen eigenaar en bewoner, met het borstbee'd
van dien Zieheld boven de deur pronkende. Hier bh'
ven zij Jiilftaan , en Vader Eduard wees zijn' Zoon het
zelve, z,eggende:"), Ziedaar, mijn kindi zoo heeft de
bewoner van dat huis, uit dankbare achting voor de
Ruijter, die' eenmaal hetzelve bewoonde, dit fraaije
borstbeeld doen plaatfen. Hier kan ieder, hier kunnen
vooral jongelingen uit de Kweekfchool voor de Zee-
vaart, die hier zoo nabij is, leeren, hoe groot eene for-
tuin te maken is, door vlijt, wel oppasfen en Gods-
diendige braafheid.
ACHTSTE LES.
Toen zij zich eenigen tijd hadden opgehouden voor het
voormalig huis van de Ruijter , zeide de Zoon ,
zoodra zij weder voortwandelden:
Vader I vertel mij toch het geheele leven van dien man.
E. Zeer gaarne zou ik dat doen, kindlief! maar er
komen , en dit heb ik u meer gezegd, in de Gefchiede-
nis'vele zaken voor, waarvan gij de helft nog niet.be.
grijpen kunt, al vertel ik ze u nog zoo klaar. Bij Voor-
beeld : ora een verhaal van de Ruijters leven eenigzins
te begrijpen, zoudt gij de Aardrijkskunde al heel goed
moe-'