Boekgegevens
Titel: Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Deel: 1e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Haarlem: Wed. A. Loosjes Pz., 1837
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
12e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 27 : 12e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200019
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
MICHIEL ADRIAANSZ. de RUIJTER. 45 •
jaar 1607, te FJisJïngen , eene ftad van de provincie Zee-
land ^ die bijzonder ongelukldg geweest is, in het jaar
1808 door eenen gedachten watervloed , en eene zeer
zware belegering in het jaar 1809. Zijn vader was een
gemeen burgerman , een Bierdrager; deze had twaalf kin-
deren, zoodat gij heel wel kunt nagaan, dat het er in
dat huishouden juist niet heel breed omkwam.
Z Was de Ruijters vader een Bierdrager? En de
Ruijter werd een zoo aanzienlijk man I — Hoe kan
dat wezen. Vader?
E. Ja, kindi zoo ver komt men door naarftigheid en
deugd.. Wel oppasfen en vlijtig wezen C^et is immers
mijne dageiijkfche les?) maakt kleinen groot en armen
rijk. Hij was nog maar een knaap van tien jaar. oud,
toen men reeds zag, dat er een kloek hart in zat; en,
onder belofte, dat gij , om juist naar de Ruijter te ge-
lijken , geene halsbrekende kunstjes aan zult vangen, zal
ik het volgende geval verhalen.
Z. Neen, Vader! dat zal ik niet, dat beloof ik u.
E. Nu daar maak ik dan ilaat op; want gij moet be-
grijpen, dat, al had de Ruijter het ftukje, dat ik u
nu vertellen zal, niet uitgevoerd, hij toch evengoed
een ftout Zeeman konde zijn geworden. — Er werd dan aan
den hoogen kerktoren te Flhftngen iets vermaakt, en daar-
door was er gelegenheid, om op dien toren te komen.
De jonge de Ruijter , dit merkende, klimt niet alleen
op deu toren, maar klautert zelfs op den kloot bo-
ven op den toren. De menfchen, die dat van bene-
den zagen, waren heel ontfteld, en verwachtten alle
©ogenblikken, dat hy van boven néér zou tuimelen, en
züo