Boekgegevens
Titel: Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Deel: 1e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Haarlem: Wed. A. Loosjes Pz., 1837
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
12e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 27 : 12e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200019
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
ANNA MARIA SCHUURMAN. 35
fan, in de nieuwmodifche kramen, vruchten van waj gé.
maakt gezien , als kerfen, appelen , peren, citroenen,
enz. Zulke foort van vruchten nu noemt men geboetfcerdè
vruchten. Deze zoo natuurlijk te maken, dat men er door
bedrogen wordt, is eene grooté kunst; maar velen zijn ef
toch, die dezelve verdaan. Dan, Jufvrouw Schuurman
ging verder dan het nabootfen van vruchten of levenloozé
zaken; het moeijelijkfte Van allen , haar eigen aangezigt,
boetfeerde zij in was, zoo natuurlijk , dat er niets dan het
leven aan fcheen te ontbreken; en zij hing die nageboottte
beeldténis parelen, mede van was, in de ooren, die zoo
natuurlijk waren, dat de omftanders , die het beeld be-
fchouwden, niet gelooven wilden, dat het geene wezen-
lijke parelen waren, dan toen zij er met eene fpeld iri
geprikt had. Zoo gij u van deze kunst nog geen begrip
maken kunt, vraagt dan maar aan uwe Ouders en kennisfen j
en deze zullen u wel zeggen, waarin dezelve befteat.
Was Jufvrouw Schuurman vlug met hare vingeren, haar
verftand was het niet minder. Sommigen uwer zullen bij on-
dervinding reeds weten, hoe moeijelijk het is, ééne vreemde
taal te leeren, en daarvan aan ben, die het nog niet weten,
mogelijk wel eenig denkbeeld kunnen geven, en dan te gelijk
verfteld ftaan, als zij hooren, dat ApinA Maria Schuurman
zes vreemde talen, Fransch, Engeisch, Italiaansch, Latijn,
Grieksch en Ilebreeuwsch, volkomen fpreken kon. Op
haar elfde jaar was zij reeds zoo ver in het Latijn, dat
zij haren broeders, wanneer die in de les haperden, hetgené
zij zeggen moesten, inluisterde, en van die taal had zij
alleen zoo veel geleerd, door, als in het voorbijgaan, die op
te nemen, wanneer hare broeders met leeren bezig waren.
C 2 V rj

I