Boekgegevens
Titel: Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Deel: 1e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Haarlem: Wed. A. Loosjes Pz., 1837
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
12e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 27 : 12e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200019
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
JAC015CATS. s5
Baker vertelde er laatst nog van, dat er vele zulke
vrouwen in den tijd van haar 6esje leefden, die, als het
haar zoo in het hoofd kwam, op een' bezemllok den
fchoorfteen uitvlogen naar een' berg, laat zien hoe heet
ook die berg?
V. De Bloksberg; niet waar?
W. Ja! ja! en daar hadden zij dan zulk een' pret.
V. Hoor, Willem ! al die vertellingen, van de lucht
door te rijden, den fchoorfteen uit te vliegen, en dien
pret op den Bloksberg, zijn grollen ; maar in den tijd , dat
Bakers besje leefde, leefde ook die Cats , over wien wij
nu spreken. In dien zelfden tijd nu waren er vrouwen,
die zich verbeeldden, wat meer dan gewone menfchen te #
zijn, of, om de menfchen, die toen veel onkundiger wa-
ren dan tegenwoordig te bedriegen, zulks voorwendden.
Tegen zulke vrouwen, Hekfen of Tooverkollen genoemd,
waren van tijd tot tijd Plakkaten (Landswetten) afgekon-
digd , met bedreiging van zeer ftrenge ftraffen over zoo-
danige perfonen, omdat men ze voor heele flechte en
gevaarlijke lieden hield. Kundige Mannen , die de dwaas-
heid van deze zaak, en de ongerijmdheid der strenge Plak-
katen op dezelve, volkomen inzagen, maakten van tijd
tot tijd hun werk, om zulke Hekfen of Kollen vrij te
pleiten van de geftelde ftraffen. Cats bediende, in zulk
een geval, eene vrouw te Goeree; en pleitte haar, bene-
vens eenige andere gewaande Tooverkollen, vrij.
W. Dat was, dunkt mij , heel wel gedaan , Vader!
V. Zeker, Willem ( want daardoor werden menfchen
in liet leven gespaard, die geheel geen of althans geen
kwaad gedaan hadden, dat eene zoo ftrenge ftraf verdiende.
Bs VIJF-