Boekgegevens
Titel: Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Deel: 1e stukje
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Haarlem: Wed. A. Loosjes Pz., 1837
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
12e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 27 : 12e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200019
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Levensschetsen van vaderlandsche mannen en vrouwen: een schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
PAUS ADRIAAN. »s>
dood van onzen Adriaan, gingen zoo ver, dat «ij,
den volgenden nacht, bij den poccor, die in zijne
zieiite over hem gegaan had, de huisdeur met bloemen
verfierden, en er deze woorden op fchreven:
„ Aan den Verlosfer zijns Lands."
Klaartje. Foei! Foei! — even of die goede man
hun 200 veel kwaads gedaan hadde!
Meciter, Ja, - zoo ver gaat de boosheid van eeit
bedorven hart f
NEGENDE LES.
Meester. In den beginne zeide ik U, kinderen! daf
gij itlles wel moest onthouden; en het goede, dat in
de vertelling (leekt, naauwkeurig opmerken .... nu wil
ik eens zien, of gij dit gedaan hebt.
Welke was de eerfte aanmerking, die ik maaktet
Klaartje. Foor kinderen , die flechi oppüsfen , zi]n
zulke mooije vertellingen niet nuttig.
Meester. Dus, ziet gij , is oppasfen de boodfchap;,..
maar wat nu verder?
Pietje. Als de deugd altijd op aarde beloond werd ^
dan zou Het betrachten der deugd niet zoo ongemeen,
niet zoo heerlijk zijn.
Klaartje. Ja 1 en Meester zei er by ..., dat braaf
te blijven, als alles tegenloopt, zonder oogmerk van ei-
genbelang, iets groots en heerlijks is.
Meester. Zeer wel onthouden ƒ — Maar weet Pjetih
nog dat Hollandsch fpreekwoord wel?
Pietje, ja. Meester! Een vergeten burger, een ge-
rust leven.
Meester. En wat zeide ik daarbij?
B a Klar.rt.