Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 74 ) I
dén ladder riep hij mij toe: Perpetua ! ik verwacht
Lier; maar neem u wel in acht voor den draak. Ik ant-
woordde: hg zal mij geen kwaad doen, mijne hoop is
op God, den Alvermogende gevestigd. Ik ging er inde
daad naar toe, en toen draaide de draak zachtjes zgnen
kop om , als of hij bang voor mij was; ik zette mij-
nen voet op zijnen kop, die mij voor den eersten sport
diende. Toen ik boven op den ladder was gekomen, zag ik
eenen onoverzienharen tuin, en in het midden eenen eer-
waardigen man onder de gedaante van eenen Herder,
omringd van eene menigte menschen , allen in het wit
gekleed. Hg zeide tot mij met eene liefelgke stem:
welkom, mijne dochter! en hg leide mij eene allersma-
kelgkste spgs in den mond, die ik metzamengevouwene
handen ontving. De geheele menigte antwoordde: Amen,\
hetwelk mg wakker maakte, en ik ontwaarde, dal ik i
nog iets van eenen wonderbaarlijk zoeten smaak in den
mond had. Den anderen dag verhaalde ik dezen droom
aan mgnen broeder, en wg besloten hieruit, dat wg
weldra den marteldood zouden moeten ondergaan. Toen
begonnen wg ons geheel en al van de aardsche zaken
af te trekken, en wg stelden al onze gedachten op de
eeuwigheid."
XXXII. HOOFDDEEL.
Verhoor en veroordeeling der heilige Martelarenl
De H. Perpetua vervolgt aldus de geschiedenis van
haren marteldood: » Weinige dagen daarna verspreidde
izich het gerucht, dat wg zouden verhoord worden. Mijn
vader kwam op nieuw naar de gevangenis en van droef-
heid overstelpt zeide hij mij: » mgne dochter, heb toch
medelgden met mgne grijze haren , heb toch medelijden
met uwen vader; ik heb u zoo zorgvuldig opgevoed;
aoo ik meer teedere liefde voor u, dan voor mijnei
atïderé kinderen gehad heb, zoo bedek mgnen ouder-