Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
C )
de. De heilige Vaders hebben met heerlijken lof van
■dezen groolen Bisschop gesproken. Een H. Priester,
met name Zacharias , die aan dit bloedbad ontkwam ,
droeg zorg voor zijne begravenis , cn werd, zoo als
men meent, zijn opvolger God bad bem gespaard als
eene vonk, om in die Kerk het geheiligde vuur, het-
welk zoo vele slagtolfers gezuiverd had, weder aan te
steken.
XXXI. HOOFDDEEL.
Marteldood van de H, PEnpBTVA, en van de H,\
FlïLtCITAS,
Het Jaar 204.
Niet niinder hevig was de vervolging te Karthago:
men hield in die stad vier jongelingen, Satukmmjs ,
Revocatus, sjicum)üi,us, cu Saturus, en met hen twee
jonge vrouwen, Perpetua en Felicitas aan. De eerste,
die van eene edele afkomst, en de zuster van Saturus
was, had nog een zuigend kind; de andere was zwan-
ger. Niels is belangrijker en treffender dan de geschie-
denis van hunnen strijd: door Perpetua zelve beschre-
ven. Zij drukt zich met deze woorden uit: » Toen men
ons had aangehouden, hield men ons. eenigen tijd, in
verzekerde bewaring, eer dat wij in de gevangenis wer-
den gezet. Mijn vader, die de eenigste mijner maag-
schap was, en geen Christen zgnde, kwam terstond bij
mg loopen, en deed alle pogingen , om mg van besluit
te doen veranderen. Toen hg mg sterk aandrong om te a
zeggen, dat ik geene Christen was, toonde ik bem eene '
vaas, die daar juist stond; vader! zeide ik hem, kan
men aan die vaas eenen anderen naam geven, als dien
zg wezenlijk heeft? Neen, antwoordde hij: wel nu: ik
kan mij ook niet anders noemen, dan degene, die ik
ben. Op dit gezegde viel hij op mij aan; alsof hij mg
de oogen uit het hoofd wiJde scheuren , vervolgens gin»
hij beschaamd over zijne drift weg: hij kwam binnen
eenige dagen niet weder, en ik genoot een weinig rust.
I