Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 7' )
den, had omgegaan, de woorden die hg uit hunnen
mond gehoord had , al de omstandigheden , die zij hem
van de mirakelen en van de leer van dien goddelijken Hei-
land geleerd hadden; en al wat hij er van verhaalde ,
kwam met de goddelgke Schriften volkomen overeen.
De H. Ireneus werd tot opvolger van den H. PhoVinu»
op den Bisschoppelijken stoel van /Jon verkoren: hg
had al de noodwendige eigenschappen om die Kerk in
zoo moegelijke tijden te troosten en staande te houden;
namelijk eenen vurigen gver, eene diepe geleerdheid,
en eene beproefde heiligheid. Er was niet minder noo •
dig om de verliezen, die zij geleden had, te herstellen,
en om eenen nieuwen hoop van Martelaren te vormen,
die weldra hare zegepralen stonden te vernieuwen. Men
verzekert, dat de keizer Severüs, ziende dat het getal
der Geloovigen zich te Lion door de zorgen van den H,
Kerkvoogd vermeerderde, een besluit nam, zijner wreed-
heid waardig. Hij gaf bevel aan zgne soldaten om de
stad te omsingelen, en om al degene, die zich voor
Christenen verklaarden, neder te sabelen. Het werd
bijna een algemeen bloedbad; de H. Ibeneus werd bij
den tiran gebragt, die hem liet ter dood brengen , zich
vrolgk uitlatende, dat hij den Herder en de kudde had
omgebragt. Dit wefen wij uit de beschrevene daden van
den H. Ireneus , en het wordt ook nog bevestigd door
andere gedenkstukken. De H. Abon verhaalt in zgne
krongk, dat de H. Ikeneus den marteldood onderging
met eene ontelbare menigte van Christenen; en een oud
opschrift, hetwelk men nog te Lion ziet, teekent, dat
het getal der Martelaren, behalve de vrouwen en de
kinderen, op negentien duizend beliep. Men kan het
gelooven, zoo men acht geeft op de wreedheid van den
keizer Sevebus, en op de standvastigheid der Geloovi-
gen. Zonder twgfel heeft dit aan den H. Eucheriu«
doen zeggen, dat Lion een volk van Martelaren had;
en aan den H, Gruookius van 2'ours, dat er eene zoo
groote menigte van Christenen voor het Geloof was om-
gebragt , dat hun bloed als beken langs de straten yloei,^