Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 66 ) I
bewezen had, wederlegde hij met kracht de lasteringen,
waarmede men de Chri^enen overladde. » Men beschul-
digt ons, dat wij de keizers door de offeranden niet eer-
biedigen : wij dragen geene slagtoflers op; maar wg bid»
den den alléén waren , eeuwigen God voor het behoud
en %velzgn der keizers: wg eerbiedigen hen; maar wg
noemen hen geene goden, omdat wij niet willen liegen.
Voor het overige kan onze getrouwheid niet verdacht
worden; gij hebt er een overtuigend bewijs van in het
geduld, waarmede wg de vervolging verdragen: het volk
goeit ons dikwijls met sleenen, men verbrand onze hui-
zen ; bij de dolle Uacchus-fjeesten ontziet men zelfs de
doode ligchamen niet; men haalt ze uit hunne grafste-
den, en men scheurt ze in stukken, VVat hebben wij
gedaan om ons over al deze onregtvaardigheden te wre-
ken ? Zoo wij u den oorlog wilden aandoen, zou het
ons aan magt en volk ontbreken ? Wij zgn maar van
gisteren, en wij vervullen reeds uwe steden, uwe kastee-
len, uwe dorpen, het platte land, het paleis, den se-
naat, de markt; wg laten voor u slechts uwe tempels
over. Zouden wg niet zeer geschikt zijn om te oorlo-
gen, zelfs met ongelijke magt, wij die den dood niet
vreezen, zoo het niet een van onze stelregels was om
liever den dood te ondergaan, dan om anderen te doo-
den ? Om ons te wreken zou het zelfs genoeg zgn om
u te verlaten, en buiten het rgk te gaan: gg zoudt
verwonderd staan, het rijk in eene woestenij veranderd
te zien." Om te bewijzen, dat de vergaderingen der
Christenen niets minder dan oproerig waren, beschrijft
Tertülliakus, hoe het er omging: n wg maken, zegt
hij, een eenig ligchaam uit, omdat wij denzelfden Gods-
dienst, dezelfde zedeleer, dezelfde hoop hebben; wg
vergaderen ons, om God gezamenlijk te bidden, alsof
wij Hem zouden willen dwingen om hetgene, wat wij
verzoeken , ons toe te staan: dit is Hem een aangenaam
geweld. Die in onze vergaderingen voorzitten , zgn
grgsaards eener beproefde deugd, die tot deze waardig-
heid zijn gekomen, niet door geld, maar door de getui-
1
j