Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 63 ) I
den God; mgn zoon, houd moed: men moet geenen
dood vreezen, die gewis ten leven leidt. Om de aarde niet
te beweenen, sla uwe oogen naar den Hemel, en ver-
acht de pijnen, die slechts eenige oogenblikken duren:
zoo gij volhardt, zullen zij schielijk in eene eeuwige
gelukzaligheid veranderd worden." Het Geloof, hetwelk
deze heldhaftige moeder deed zegepralen over de teedere
inspraken der natuur, is niet minder te verwonderen,
dan dat: hetwelk den zoon deed zegepralen over de
verschrikkingen des doods.
XXVII. H O O F ü U E E L.
Verdedigschrifl van Tlutczliahvs voor den C/irisle-
Igken Godsdienst.
Bij de Martelaren kwamen nog geleerde mannen, die
ook dienden tot de zegepraal van het Christendom , en
de Kerk werd niet minder gewroken door de bondige
schriften harer verdedigers, dan verheerlijkt door den on-
verwinbaren moed der Martelaren. 'lEnTULLiANus, Pries-
ter van Karihago, gaf toen ten voordeele van den Chris-
telijken Godsdienst, een werk in het licht, hetwelk hg
Apologetica , of Verdedigschri/t noemde, en hetwelk
aan het Heidendom eenen doodelgken slag toebragt. Hij
begint met te klagen, dat men de Christenen veroor-
deelde zonder hen te willen hooren. » üe Christenen
zegt hij, » zijn de eenigste, aan wie mén de vrijheid
beneemt, om zich voor hunne regters te verdedigen, en
om hen te onderrigten in hetgene, wat zij moeten weten
om een billijk vonnis uit te spreken." Hij toont aan,
dat de wetten, die den Christelijken Godsdienst veroor-
deelen, openbaar onbillijk zijn, dat zij door ondeugende
vorsten gegeven zijn, welker aandenken en daden de
Heidenen zelven vervloekten. ' Hij antwoordt op het ver-
wijt , hetwelk men den Christenen deed , dat zij de go-
den van het rijk niet aanbaden. Nadat hij den oor-
sprong yan deze heidensche godbeden, de ongerijmdheid