Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 59 ) I
er {Ie handen van toegeknoopt. Bij den president aan-
geklaagd; gingen zij de stad uit, en zochten eene schuil-
plaats in de hut eener arme weduwe , alwaar zij ook
eenigen tijd in zekerheid waren, maar daar men naauw-
keurige opsporingen deed, werden zij ontdekt en gevan-
gen gezet. Drie dagen daarna bragt men hen , de han-
den op den rug gebonden, voor de vierschaar van den
president. Die regter vraagde hun naar hunnen naam ,
en naar hunnen Godsdienst. Zij zeiden hunnen naam ,
en beleden openlijk, dat zij Christenen waren. Ter-
stond kwam er een groot geschreeuw tegen hen op , en
de regter riep al razende uit: » Hoe! men durft nog de
openbare bevelschriften van onze vorsten overtreden!
waartoe hebben dan al de folteringen gediend, die wif
den anderen hebben aangedaan ?' Men scheidde hen
terstond van een, uit vrees, dat zij elkander zouden
aanmoedigen. Alexander, die de oudste was, werd
weder naar de gevangenis gebragt; en men legde Epipo-
Dus, die zwakker scheen te zqn, op de pijnbank; maar
eer men hem begon te pijnigen, sprak de regter, die
hem door vleijende woorden hoopte te winnen, hem al-
dus aan: » Wees niet ter dood toe halsstarrig; wg aan-
bidden onsterfelijke goden, die alle volken van de aar-
de , en de keizers met ons aanbidden: wij eeren de-
ze goden door vrolijkheden, door gastmalen en door
openbare spelen. Maar gij, gij aanbidt een gekruist
mensch, wien men niet kan behagen, dan door at deze
vermakelijkheden te verzaken. Verlaat dat strenge le-
veu, om de zoetigheden des levens te smaken, die zoo
zeer met uwe jonge jaren overeenkomen." Epipodus
antwoordde: a Uw wreed mededoogen beweegt mij niet;
gij weet niet, dat Jr.sus Cuhistus, nadat Hij gekruist
is geweest, verrezen is, en dat Hij door een onuitspre-
kelijk geheim God en mensch zijnde , zgnen dienaren
den ingang tot het hemelsche koningrijk opent: maar om
beter naar uw begrip te spreken , weet gij niet, dat de
mensch uit twee zelfstandigheden beslaat, uit ziel en
iigchaaniBij ons beveelt de ziel, en het ligchaam ge.