Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 54 ) I
rieh geheel genezen. Daar ai deze verscheidene soorten
van pijnigingen vruchteloos waren afgeloopen, wierp men
de heilige iVIartelaren in eenen afschuwelgken kerker:
men zette hunne voeten in spanhouten, dit was een
houten werktuig, welk de heenen der Martelaren met
een sterk geweld wijd van een rukte. Terwijl zij in
dezen staat, den ijsselijksten, dien men zich kan ver-
beelden, waren; deden de beulen, razende, omdat zij
zoo dikmaals door halfdoode menschen overwonnen wa-
ren , hun alle folteringen aan , die de kunst om de men-
schen te pijnigen hun geleerd had. Deze laatste folte-
ring was zoo vreesselijk, dat er velen van stierven. God
liet het aldus tot zijne eer toe; maar Hij redde de
anderen: Hg maakte hunne ligchamen weder gezond ,
en gaf aan hunne ziel meerder krachten om op nieuw
in het strgdperk te gaan. Alhoewel zij van alle men»
schelgke hulp verstoken waren , waren zij zoodanig ver-
sterkt , dat zij al degene, die er tegenwoordig waren ,
vertroostten, en moed inspraken.
XXIII. HOOFDDEEL.
l^ederigheid van de heilige Martelaren,
Hetgene, waardoor deze H. Martelaren nog meer ver-
wondering baarden, was hunne diepe nederigheid in hot
midden der heldhaftige deugden , die in hen uitblonken.
Alhoewel dat zij meermalen Jesus Christus beleden had-
den , dat zij met volharding de vreesselijkste folteringen
hadden uitgestaan , en dat zij in hunne ligchamen de
roemrijke teekenen hunner overwinningen droegen; acht-
ten zg zich nog niet waardig, om den naam van Marte-
laren te dragen : en zg konden niet lijden, dat men hun
dezen eertitel gaf. Als het ons eens uit den mond viel,
zeggen^ de schrijvers van dit verhaal, hen alzoo in onze
gesprekken te noemen, of als zij brieven met dit op-
schrift ontvingen, waren zg er zeer bedroefd over, en
zg konden zich niet wederhouden om ons, wel op eene