Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
( ,48 )
land vol Cbrislenen. God bediende /.ich van de Romein-
sche soldaten als Missionnarissen of Zendelingen, om den
Godsdienst in de verafgelegensle landen over te brengen,
vraarhenen zij voor den dienst van den Staat.gezonden
werden , en Ilij deed van tijd tot tijd wonderen om hen te ,
begunstigen Het wonder, hetwelk Hij deed op de gebeden ■
van het Melitinesche legioen , ook de bliksemende keurbende
genaamd , hetwelk bijna geheel uit Christenen bestond,
had een groot aanzien. l)e keizer voerde den oorlog
tegen de Sarmaten , en tegen andere volken van Duitsch-
land: het Homeinsche leger stond in de dorre bergen
van Bohemen, en was omsingeld door de barbaarsche
volken, die grooter in getal waren. Het was midden
in den zomer, bij eene overgroote hitte, en er was op
die plaats geen water. De ilonieinen liepen gevaar om
van dorst te sterven. In deze uiterste verlegenheid vie-
len degene , die Christenen waren, op hunne knien , en
stortten vurige gebeden tot God, in het gezigt van den
vijand,—die er mede spotte: maar eensklaps werd de
lucht dik bewolkt, en er viel een overvloedige regen in
het kamp der Romeinen. Terstond staken zg hunne
hoofden omhoog , en lieten het in hunnen mond regenen ,
zoo zeer smachtten zij van dorst, vervolgens vingen zg
het water in hunne helmen, en zij en hunne paarden
kregen genoeg om te drinken. De barbaren meenden
dat het nu een gunstig oogenblik was om hen aan
te vallen; en terwijl zij zagen dat de Romeinen be-
zig waren om hunnen hevigen dorst te lesschen, maak-
ten zij zich gereed om hen aan te vallen. Maar de
Hemel wapende zich ten voordeele van de Romeinen,
en deed op hunne vijanden eene verschrikkelijke hagelbui
vallen , met bliksem en donder , welke hunne gelederen
verpletterde, terwijl het krijgsvolk van Marcus Acrelius
door eenen zachten en gezegenden regen bedauwd werd.
De barbaren wierpen hunne wapenen weg, en kwamen
in het midden van hunne vijanden eene schuilplaats
zoeken, om vrij te zgn van den bliksem, die hun kamp
verwoestte, leder een zag de^e gebeurtenis alä e-pn'A'on-.