Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 46 ) I
Men maakte toebereidselen, om hem, zoo als men ge-
woon was, aan ijzeren ketenen vast te maken, maar hij
reide tot de beulen: » Gij behoeft mij niet vast te bin-
den : die mij de kracht geeft om de pijn van het vuur
te verdragen, zal mij standvastig op den houtstapel doen
blijven, zonder dat het noodig is, om mij aan ketenen
vast te hechten." Men-boud hem dan alleen de handen
op den rug. Toen sloeg de H. Martelaar zijne oogen
hemelwaarts, en bad aldus: » Almagtige God, Vader van
Jksus Christus uwen welbeminden Zoon, door wien wg
de genade verkregen hebben om U te kennen, ik be-
dank U, dat gij dezen gelukkigen dag voor mij hebt
laten opgaan, waarop^ ik in het gezelschap van uwe
Martelaren moet ingaan , en deel nemen aan den kelk
van uwen Zoon , om tof het eeuwige leven te verrijzen:
laat, mij heden in uwe tegenwoordigheid toegelaten wor-
den , als een behagelijk slagtoiler. Ik loof U, ik zegen
U, ik verheerlgk U door den eeuwigen Hoogepriester
Jesus Christus, uwen Zoon, door wien U en den Hei-
ligen Geest zij lof en eer, nu en in alle eeuwen. Amen."
ïoen hij zgn gebed geeindigd had, stak men den hout-
stapel in brand, en er verhief zich terstond eene groote
vlam, die, door een zigtbaar wonder, hel ligchaam van
den H. Martelaar niet raakte, maar die als een gewelf
over hem heen sloeg. Hij was in het midden van den
brandenden houtstapel, als het goud in eene smeltkroes,
en hij gaf eenen zoo aangenamen geur van zich als die
der kostelijkste reukwerken. De Heidenen, ziende dat
zijn ligchaam niet brandde, lieten het met eene spies
doorboren , en het bloed vloeide er in zoo groote hoe-
veelheid uit, dat het vuur uitdoofde. De geschiedenis
van den marteldood van den H. Polucabpos werd be-
schreven door degene, die er getuigen van waren ge-
weest. Zij voegen er bij, dat de Heidenen niet toe-
stonden , dat men hel ligchaam wegnam , maar dat zij
het lieten verteren, uit vrees, dat de Christenen den
Gekruiste zouden verlaten, zeiden zij, om dezen aan
te biddcHi Waarop degene, die deze geschiedenis heb-