Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
■in
( 42 ) I
dere Kerken geschreven hebben. » De heilige Martela-
ren," alzoo Staat er in dezen brief, » werden zoo bloedig
gegeeseld en doorkorven , dat men hunne aderen en ze-
nuwen, ja zelfs hunne ingewanden konden zien. Midden
onder deze foliering bleven zg standvastig, onbewegelijk;
en daar de aanscliouwers in tranen wegsmolten, gaven
deze grootmoedige krijgsknechten van Jjisus Cdristus niet
het minste geschrei, niet de minste zucht. Zij zagen zon-
der te verbleeken hun bloed uit duizend opene wonden
vloeijen: zij zagen met een bedaard gemoed hunne be-
rende ingewanden; zij gingen met eene blijde houding
de pijnen te gemoet; zij verduurden die stilzwijgend, en
openden hunnen mond niet om te klagen, maar alleen
om den Heer Ie loven. Het was alsof zij toen niet meer
in hunne ligchamen waren, of liever het was, omdat zg
naar de stem v^n Jtsus CiimsTus luisterden, die in hen
was, en die tot hun hart sprak; de blijdschap over zijne
tegenwoorüigheiü oeeu Iien alle lolieringen ''"r'C-!*""*
zij hielden zich gelukkig door eene pijn van eenige oo-
genblikken de eeuwige stralfen te ontgaan, en het vuur,
hetwelk hen pijnigde, scheen hun eene verkoeling te
zijn, in vergelijking van het vuur , dat nimmer zal uitge-
bluscht worden : het was, omdat zij de oogen van hun hart
gevestigd hadden op die onuitsprekelijke goederen, die God
heeft weggelegd voor degene, die volharden; goederen,
die noch oog gezien, noch oor gehoord, noch het hart
van den mensch begrepen heeft; maar die God hun open-
baarde , omdat zij geene menschen meer waren, maar
Engelen. Degene, die veroordeeld waren om van de
wilde dieren verscheurd te worden , hebben langen tijd
de ongemakken van eenen naren kerker uitgestaan, ter-
wijl zij den dag afwachtten, die bepaald was, opdat zij
de martelkroon zouden verdienen. Men legde hen naakt
en bloedende op potscherven en puntige steenen; men
stelde duizend andere soorten van folteringen in het werk
om hen moedeloos te maken, en om hen Jjisirs Chris-
tus te doen verloochenen: want de hel heeft alles tegen
hen "uitgedacht; maar door Gods genade heeft zij hen