Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 35 ) I
opgedragen te worden. Ik hoop, dat ik, als ik te ^«/tm
koinc, de dieren gereed zal vinden om inij te verscheu-
ren ; dat zij mij maar niet eenen langzamen dood doen
sterven. Ik zal hen eerst liefkozen , oni mij in stukken
te scheuren , helpt dit niet, dan zal ik hen aanhitsen,
opdat zij mij het leven benemen. Vergeeft mij deze ge-
dachte ; ik weet wat mij yoordeelig is, ik begin een
waar leerling van Jrsrs Christus te zijn. Ik heb ner-
gens eenige aandoening meer van; alles is mij onver-
schillig, behalve de hoop om mijnen God te bezitten.
Laat een vuur mij tot asch verbranden, laat men mij
langzamerhand aan een kruis doen sterven, Iaat men
woedende tijgers, en hongerige leeuwen-op mij loslaten,
laten mijne beenderen gebroken, mijne ledematen ge-
perst , mijn geheel ligchaam tot stof gestampt worden ,
laten al de duivelen hunne woede tegen mij uiiputten;
ik zal alles met vreugde lijden, als ik maar Jesds Chris-
tus zal genieten. Al bezat ik al de koningrijken , zoo
zoude ik daarom niet gelukkig zijn; en het is mij on-
eindig roemrijker voor Jesus Christus te Sterven, dan
over den gehcelen aardbodem te heerschen. Mijn hart
is vol van verlangen naar dengenen, die voor mg ge-
storven is; mqn hart is vol verlangen naar dengenen,
die voor mij verrezen is: ziet hier waarvoor ik mgn
leven hoop te verruilen. Laat mij toe, em een navol-
ger van mijnen lijdenden God te zijn; belet mij ni«t om
te leven door mij te willen beletten om te sterven. Zoo
iemand van u God in zijn bart draagt, zal hij h'gtelijk
begrijpen, hetgene wat ik zeg; ea hij zal gevoelig zgn
over mijne bekommering, zoo hg van hetzelfde vuur,
hetwelk mg verteert, brandt: het brandende verlangen
om te sterven doet mij aan u schrijven; want het eenig-
ste voorwerp mijner liefde is gekruisigd, en nit liefde je-
gens hetzelve ben ik het ook. Het vuur, hetwelk njg
bezielt en mij aandringt,• kan geene vermenging, geene
verzachting, die het verzwakt, lijden: Hij, ï'e .'e.ift,
cn die in mij spreekt, zegt mij gestadig in het binnenst«
raa mijn hart: Uaaul: u om tot mijnen Vadir U ka.