Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 34 ) I
kennen te geren, omdat bij hoopte hen binnen korten
fgd weder te zien; vervolgens smeekt hij hen op de le-
vendigste en aandoenlijkste wijze, om hem niet te be-
rooven om aan zijn verlangen te voldoen, met door hun-
ne gunstige tusschenkomst te beletten , dat hij door den
marteldood een slagtoffer voor Jesus Christus zoude wor-
den : » Ik vrees," zeide hij, » voor uwe groote liefde
jegens mij, ik ben beducht, dat gij eene al te men-
schelijke genegenheid voor mij hebt, het zou u mogelijk
gemakkelijk zijn om mgnen dood te verhoeden; maar
als gij mqnen dood zoudet verhoeden, zoudt gij mijn ge-
luk tegenwerken. Zoo gij eene opregle liefde voor mij
hebt, zult gij mij toelaten, dat ik mijnen God ga ge-
nieten : ik zal nimmer eene gunstigere gelegenheid heb-
ben, om mij met Hem te vereenigen, en gij zoudt nooit
eene schoonere gelegenheid hebben om een goed werk
te oefenen, hiertoe is het genoeg dat gij rustig blijft.
Zoo gg mij niet aan de handen der beulen ontrukt, zal
ik naar mijnen God gaan; maar zoo gij aan een onge-
lukkig medelijden gehoor geeft, zendt gij mij weder
naar den arbeid; en gij doet mij in de loopbaan terug
keeren. Duldt dan, bid ik u, dat ik geslagtolferd wor-
de, terwgl het altaar gereed is; weest mij liever in-
dachtig in uwe gebeden, om voor mij den moed te
verkrijgen, die mij noodig is, om aan de inwendige
aanvallen te wederstaan, en om de uitwendige aanvallen
af 'te weren. Het beteekent weinig om een Christen te
schgnen, als men het niet inderdaad is: schoone woor-
den , eene schitterende vertooning maken den Christen
niet, maar eene grootmoedige ziel, eene vaste deugd.
Ik schrijf aan de kerken dat ik met vreugde den dood
te gemoet ga, als gij er u maar niet tegen aan kant.
Ik smeek u nogmaals, dat gij voor mij geene genegen-
heid hebt, die mij zoo nadeelig zoude zijn: laat mg toe
om het voedsel van leeuwen en beeren te zijn, de/;e is
een zeer korte weg om naar den Hemel fe gaan: ik ben
de tarwe Gods; ik moet gemalen worden, om een brood
te worden, hetvi'elk waardig is om aan j£sus Cubistu»