Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
( 20 )
hierin, dat zij op eenen bepaalden dag voor het opgaan
der zon bijeen komen, en ter eere van eenen Christus,
dien zij voor eenen God houden, koorzangen zingen.
Voor het overige, verhinden zij zich b'j eede, niet om
eenige misdaad te bedrijven, maar om geene dieverij
noch overspel te begaan, om hun woord gestand te doen,'
om hetgene, wat hun geleend of in bewaring gegeven
is, weder te geven. Ik heb in hunnen eerdienst niets
ontdekt, dan eene uitermate groote bijgeloovigheid ; en
daarom ben ik met de wetten, die er tegen hen gege-
ven waren, niet voortgegaan, om eerst uwe bevelen te
vernemen. De zaak scheen mij toe, uwe overweging
wel waardig te zijn, om het groote^tal dergener, die
in deze beschuldiging begrepen zijn: want er zijn er
zeer velen van allerlei ouderdom, mannen en vrouwen ,
en van allerhande standen: dat aanstekende kwaad heeft
niet alleen de steden besmet, het is ook tot op de dort
pen en tot op het platte land doorgedrongen. £i} mijn»
aankomst in Bithynie waren de tempels van onze goden
ledig, de feesten werden er bqna niet gevierd, en men
vond naauwelijks iemand om de slagtolfers te koopen."
Men ziet uit dezen brief van eenen heidenschen stede-
houder, hoe grooten voortgang de Christelijke Godsdienst
reeds op het einde der eerste eeuw gemaakt had, en
hoe zuiver en zedelijk het gedrag der Christenen was.
Deze getuigenis van hunne onschuld, door eenen vervol-
ger afgelegd , is zeer roemrijk voor den Godsdienst. Trat
lAïius antwoordde hem: dat men geen onderzoek naar
de Christenen moest doen; maar dat, als zij waren aan-
geklaagd , en zij zelve bekenden, en beleden , dat zij
Christenen waren, men hen met den dood moest straf-
fen: een ongerijmd antwoord, en te meer te verwonde-
ren, omdat het door eenen vorst wordt gegeven, die an-
derzins in zekere opzigten achting verdiende. Zoo de
Christenen schuldig zijn, waarom dan verboden om er
onderzoek naar te doen en hen op te sporen ? Zijn zij
in tegendeel onschuldig, waarom hen gestraft als zij aan-
geklaagd worden V Hoe zwak is het oordeel der men-r