Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 3 )
een' God des vredes, die zijne leerlingen verpllg! om zelfs
hunne vijanden te beminnen, en om hun wel te doen;
de Dienaar des Heeren, die belijdenis doet van niets dan
de ondeugd te haten, die alle vormen van bestuur eer-
biedigt, alsmede de personen, die het Bewind voeren,
omdat hg het gezag, hetwelk zij uitoefenen, beschouwt
als eene uitvloeging der Godheid, vond zich in de onmor
gelgkheid van dezen eed te onderteekenen. Hierom zelfs
vond men weder goed om de Dienaars des Heeren te doen
aanzien voor verdachte menschen, voor wederspannigen,
' voor verstoorders der openbare rust, alhoewel er geene
klasse van burgers was, die sterker cn bestendiger be-
wijzen van onderwerping aan het Bewind gegeven had.
Het is waar, men bragt hen niet onder de guillotine,
maar men gaf bevel om die Priesters gevangen te ne-
men , en men spoorde hen op nieuw op : men vatte er
een groot getal van; eenige werden in kerkers geworpen,
andere in schepen op een gehoopt, die men naar de kus-
ten van Caïenne voerde, waar de ongezondheid van
eenen verpesten dampkring hen gestadig de zaden des
doods deed inademen; terwijl, dat zij in gevaar waren
om door de vergiftige slangen, de luipaarden, cn de
tijgers van het leven beroofd te worden. De vervolging
strekte zich uit tot in die gewesten, waarin de Fransche
legers doordrongen. België, welk zoo vele bewijzen had
gegeven, dat het van het Geloof zijner voorvaderen niet
afviel, gaf er bij deze gelegenheid nieuwe blijken van.
Men eischte van den Kardinaal Aartsbisschop van Mechelen,
Joannes Henricus van Frankenberg, dat hg den eed van
haat tegen het koningschap enz. zoude doen; maar deze
doorluchtige Kerkvoogd, wetende hoe zeer deze eed legen
het geweten streed, stelde aan het Bewind een ander
formulier van eed voor, waarvan de zin met de belijde-
nis van den Godsdienst konde overeen komen; en hierom
zelfs werd hg, op last van het Bewind, van zgne dier»
bare kudde afgescheurd, en buiten de grenzen van de
Fransche Republiek gebragt: de eenstemmige eensgezind-
Jieid van bgna al de Priesters, die naar de stem van