Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 91 )
om zoo te spreken de openbare bronnen vergiftigd: weU
isprekendheid, dichtkunde, de geschiedenis, romans, tot
de woordenboeken toe, alles is verpest geworden; en de
tooneelen zelve hebben aan deze gevaarlijke stelsels kracht
bggezet, welker vergif eenen nieuwen graad van werk-
zaamheid op den volksgeest kreeg, door den grooten
toevloed der aanschouwers, en door die met de meeste
levendigheid op het nadrukkelijkste voor te stellen. Ein-
delijk, de Godsdienst telt thans bijna zoo vele openbare
vijanden, als de letterkunde zich beroemt, gewaande
Filosofen gevormd te hebben, en het Staatsbewind moet
beven, in zijnen schoot eene vurige Sekte van ongeloo-
vigen toe te laten, die niets anders schijnt te zoeken
dan de volken tot oproer aan te zetten, onder voor-
wendsel van hen te verlichten.
Deze Filosofen rigtten hoofdzakelijk hunne wapenen
tegen den Catholijken Godsdienst, dien zg afbeelden als
eenen heerschzuchtigen , onverdraagzamen en dweepachti-
gen Godsdienst, en hierin zijn zg maar de naschreeu-
wers van al de sektengeesten geweest; zg begonnen te
roepen tegen de Monniken, vleiden bij deze gelegenheid
de hebzucht der Souvereinen, en de schraapzuchtige be-
geerlijkheid van derzelver Ministers. Zij hebben eenen
grooten ophef gemaakt van de rijkdommen en van de
goederen van de Kerk; zij hebben die doen beschouwen
als goederen, die den staat en der maatschappij ontrukt
waren, en het is hun niet moeijelijk geweest om hierin
de goedkeuring van de Souvereinen,/Van de Ministers,
van de Magistraatspersonen, van de wereldlijken, die
zich vleiden, van zich door deze, der Kerk ontroofde,
goederen te verrgken, te verJcrggen. Zij herhaalden
zonder ophouden, dat niets zoo onovereenkomstig was
met den luister en het welzgn van den Staat, dan het
groote s^fetal der echteloozen, der Monniken , der Ürde-
Geestelijken en der Nonnen, die een onnut leven leid-
den , en het brood a'en hetwelk zoude kunnen dienen
tot onderhoud der soldaten, der werklieden, en tot de
stichting yan algemeene hospitalen verstrekken. Om de