Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( »88 J
hart verbergt, en die men hierdoor aan aüe onderzoek
onttrekt, Alzoo houden sommige ministers, die het met
de zamenzweerders eens zijn, straffeloos de koningen cn
de volken, den Godsdienst en de onschuld, de rede en
de billijkheid maar voor speelballen.
Het doel van deze vervolging is ons regt afgeschilderd
door het Hoofd van de Kerk, door Clemens Xllf., in
zgn Breve van den 14 November 1764, aan den Bit-
schop van Sarlat: 0 De vijanden van den Godsdienst,"
zegt flij, n hebben wel gemerkt, dat het hun veel ge-
makkelgker zoude zgn de Catholijke Kerk te vernietigen,
zoo zij het eens zoo ver konden brengen, dit Genootschap
hetwelk haar tot een bolwerk diende, en hetwelk zich
tegen al hunne pogingen verzette, geheellijk uit te
roeijen. Men kan hier nog met den Profeet uitroepen:
Al zijne vganden hebben den mond tegen hetzelve gio-
pend, zij hebben het bespot, zij hebben op de tanden ge-
knarst, en hebben gezegd: wg zullen het verslinden; de
dag ia eindelijk gekomen waarnaar wij verlangden, wij
hebben hem gevonden, en wij zien hem nu, (Klaagl. II.);
en nogtans is het om onze zonden, dat God in zijne
verbolgenheid deze overwinning zijner vganden toelaat;
Hij ziet al hunne woede, en al hunne zamenspanningen,
die zij tegen hetzelve maken, de gansche razerng en de
booze voornemens, als ook de redenen der genen, die te-
gen hetzelve opstaan, en al wat zg den ganschen dag
verzinnen; Hij ziet hen, hetzij dat zij zich stil houden,
hetzg dat zg dit Genootschap tot een voorwerp van hunne
bespotting maken (Klaagl, lll.j tot groot leedwezen van
alle vrome menschen, die al weenende uitroepen: Uwe
oordeelen, o Heer! zgn een diepe ajgrond Ps. (XXXVj."
CXCIX. HOOFDDEEL.
Voortgang der zoogenaamde Filosofen.
De zoogenaamde Filosofen, trotsch en opgeblazen omdat
zij hunne eerste aanslagen vervuld zagen, durfden alles