Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 187 ) \
roofd sfaan te worden van hunne Herders en van hunne
geestelijke Vaders, enz."
De beweegredenen tot eene zoo harde behandeling zijn
i nog onbekend; de koning zeide in zijn handschrift, dat
j hij die in zijn kon'nklijk hart opsloot. Hg was niet te-
vreden met de Jesuiten uit zijne staten te verjagen; hg
vervolgde hen nog in het koningrgk van Napels, waar
zijn zoon regeerde, en in het hertogdom Parma , over
wiens vorst hij oom was: deze twee vorsten nog jong,
waren toen onder zijne voogdijschap. De koning van
Napels had voor eersten minister den Markgraaf van
ÏANucci, die door zijne naauwe verbindtenissen met Car-
valuo in Portugal, den Graaf d'Aranda in Spanje,
den Hertog van Cuoiseui, in Frankrijk, en door zgnen
openbaren haat tegen de Jesuiten , toen eène gewigtige
rol speelde; te Parma was het de markgraaf van Felind ,
geboortig van Bayonne, die het land staande de minder-
jarigheid van den hertog bestuurde, en hg bestuurde het
volgens den indruk, dien hg kreeg van de hoven van
Madrid en van Versailles, De Jesuiten van Napels en
van Sicilië zijn op dezelfde wijze als die van Spanje ge-
vat, en ook naar den Kerkdijken Staat vervoerd. Men
beschouwt de verbanning der Jesuiten in deze verschei-
dene Staten, als een gevolg van een familieverdrag, door
Choiseul uitgevonden. Het is in het jaar 1761 tusschen
Frankrijk, Spanje, den koning van Beide-Sicilië, en
den infant hertog van Parma, op eene zoo geheime
wijze gesloten, dat er niets van uitlekte, dan nadat het
geteekend was. Het is opmerkenswaardig te zien, hoe
de goddeloosheid zich zelve ontmaskert. In Portugal zijn
de Jesuiten verbannen, omdat zij eene instelling, die
men er voor godvruchtig en heilig hield, zoo als de Kerk-
vergadering van Trente het verklaard had, niet meer on-
derbiefden. In tegendeel zgn zij in Frankrijk vernietigd ,
omdat zg diezelfde Instelling onderhielden , welke de
Parlementen verklaarden ongodsdienstig en goddeloos te
zijn, en in Spanje verjaagt men hen om beschuldigingen ,
die men in het eerbiedwaardige duister van 's konings