Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 183 ) \
Parlement van Parijs, klaagde er, in de maand Juli]
van liet jaar 1761, de instelling der Jesuiten aan, schil-
derde haar met de zwartste kleuren af, en heeft niets
gedaan dan lasteringen op lasteringen te stapelen. Lode.^
WIJK XV, den storm ziende, dien de Jesuiten boven
het hoofd hing, heeft de Geestelijkheid van zijn rijk in
December van hetzelfde jaar bijeengeroepen, en haar ge-
vraagd, hoe zij over dit geestelijk ligchaam dacht. Nooit
is er eene vergadering der Geestelijkheid talrijker, noch
eenstemmiger geweest. Men telde er een en vijftig Kerk-
voogden, zoo Kardinalen, Aartsbisschoppen als Bisschop-
pen, behalve een groot getal andere Geestelijken, die er
als afgevaardigden verschenen. Het besluit van deze zoo
aanzienlijke vergadering, die twee geheele maanden be-
steedde om de instelling te onderzoeken, en om de voor-
gestelde vragen te overwegen, is voor de Jesuiten aller-
vereerends geweest. Zij heeft de lofspraak of liever eene
beredeneerde verdediging van de instelling gedaan, be-
tuigende , dat de leer der Jesuiten rein, hunne zedeleer
zuiver was, dat zij den koning getrouw waren, en dat
hunne instandhouding nuttig was voor de Kerk en voor
den Staal. Dit oordeel van eene zoo talrijke, en zoo
eerbiedwaardige vergadering van Bisschoppen is alléén
eene volkomene verdediging voor de Jesuiten, en is ge-
-jnoeg om hunne onschuld aan de oogen der nakomeling-
! schap bloot te leggen. Maar de Geestelijkheid hield zich
i, niet tevreden met deze heerlgke getuigenis van die
IMaatschappij te geven, in hare algemeene vergadering
'li van het'jaar 1762, schreef zij eenen wijdloopigen brief
aan den koning, waarin zij hem opmerkzaam maakte
op de gevolgen der handelingen van de Parlementen ten
opzigte van de Jesuiten, en om op nieuw de instandhou-
ding van dit Gezelschap te verzoeken. De meesten det
andere Bisschoppen van hel rijk, die op die vergaderin-
i gen der Geestelijkheid niet geweest waren, verhieven
j insgelijks hunne stemmen in Iicrderlijke brieven tegen de
laanslagen der filosofische magistraatspersonen, die in de
I zamenawering om de Jesuiten fe vernietigen betrokken