Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( >9 )
sprak niet een woord om zich te verschoonen, noch om
te klagen; maar hij hield, gelijk te voren, niet op met
te roepen: a^ee den tempel, M^te Jeruzalem! Tosn bragt
men hem bij den Ilomeiaschen stedehouder, die hem
zoo bloedig deed geeselen, dat men zijne beenderen
konde zien. De pijn deed hem niet om genade bidden,
no.ch zelfs eenen eeuigen traan storten. Bij iederen slag ,
dien men hem gaf, herhaalde hij telkens met eene jam-
merlijke stem : u^ee , wee Jeruzalem / Op de Feestdagen
riep hij het nog meer dan op andere dagen; en als men
vraagde, wie hij was, waar hij van daan kwam ^ en
wat hij met dat geroep beweerde, antwoordde hij op
geene van deze vragen ; maar bij ging voort met op de-
zelfde wijze, en even hard te roepen: eindelijk liet men
hem gaan als een' dwaas, zonder dat hij ooit van taal
veranderde. Men merkte op , dat zijne stem door dat
gestadig en sterk schreeuwen niet verzwakt werd. Bij
de laatste belegering van Jeruzalem bleef hij in de stad
opgesloïen ; onvermoeid rondom de wallen loopende ,
schreeuwde hij uit al zijne magt: u^ee den tempel, u^ee
Jeruzalem, wee den polke! Eindelijk voegde hij er bij:
u^ee mij zeh'en / en op het oogenblik werd hrj gedood
door eenen steen, die door een ooriogstuig op hem ge-
worpen werd. Zon men niet zeggen , dat de goddelijke
wraak zich als zigtbaar in dezen man vertoond had, die
maar bestond om hare oordeelen uit te spreken; dat zg
hem met hare kracht vervuld had, opdat hij, door zgn
schreeiiwen, de grootheid van de rampen des volks zou-
de kunnen voorstellen ; en dat zij hem er niet alleen de
voorzegger en de getuige , maar door zijnen dood er ook het
slagtoffer van gemaakt had, om Gods bedreigingen zigt-
baar en levendiger te doen zien? Deze voorzegger der
rampen van Jeruzalem werd Jesus genoemd, hel schijnt,
dat de naam van Jesus, een naam van zaligheid en van
vrede, voor de Joüen , die hem in den persoon van on-
zen Zaligmaker veracht hebben, tot-een ongelukkig voor-
teeken' moest worden, en dal God dezen ondankbaren,
die eenen Jiibus verworpen hebben, die him de genade,