Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( t3i )
te ontgaan, waarmede God de menschen gesfadig be^
dreigt, dan om deze werken van boetvaardigheid met
een waarachtig berouw des harten te doen. Eindelijk
komt hier nog bij, dat wij, door deze soorten van vol-
doening voor onze zonden lijdende, gelgkvormig worden
aan Jesus CiimsTus, die zelf voor onze zonden voldaan
heeft; en hierdoor hebben wij een zeker pand , dat wq
ook deel hebben aan zijne heerlijkheid; als wij met Hem
zullen geleden hebben : maar deze voldoening, waardoor
wg voor onze zonden betalen, is de onze niet ?oadanig,
dat zij niet geschiedt en vervuld wordt door Jesus Chris-
tus; want wij kunnen niets door ons zelven, maar alles
met den bijstand van dengenen, die ons versterkt. Al-
zoo heeft de mensch niets, waarop hij zich kan beroe-
men; maar al onze roem is in Jesus Christus, in wien
wg leven, in wien wij verdienen, en in wien wij vol-
doen , brengende goede vruchtèn van boetvaardigheid
voort, waarvan al de kracht en de verdiensten vanflem
komen, welke door Hem aan den Vader worden opge-
dragen , en welke door zijn Middelaarschap van den Va-
der goedgunstig worden aangenomen, üe Priesters des
Heeren moeten dan, voor zoo ver de Heilige Geest, en
hunne eigene omzigtigheid het hun zal ingeven, heilza-
me en gevoegelijke voldoeningen opleggen, volgens de
hoedanigheid der misdaden, en den slaat der biechtehn-
gen , opdat zij, door hen met al te groote toegevendheid
te behandelen, zich zelve niet deelachtig zouden maken
aan de zonden van anderen. Zij moeten in het oog hou-
den, dat de Voldoening, die zij opleggen, niet slechts
strekke tot een geneesmiddel voor de zwakheid der biech-
telingen , cn tot een behoedmiddel om in hun nieuw leven
voort te gaan; maar dat zij ook diene tot str;if en kastg-
ding voor de begane zonden. De heilige Kerkvergadering
verklaart daarenboven, dat Gods goedheid zoo groot is,
dat wij door Jesus Christus aan God den Vader kun-
nen voldoen , niet slechts door de straffen, die wg ons
zelven vrijwilliglijk aandoen , om in ons zelve onze zon-
dea te wreken, of door die, welke de Priester ons op-