Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
{ »8 )
VII. HOOFDDEEL.
■ freesHelijke voorzegging tegen de stad Jeruzalem.'
De tijd naderde dat de voorzeggingen van Jjesus Cnnis-
Tus tegen de stad en den tempel 'van Jenuelem moest
vervuld worden. Dat geslacht moest niet voorbijgaan,
vóór dat de voorzegde rampen gebeurden. Het is eene
bestendige overlevering, waarvan de Joodsche Talmud
getuigt, en welke al hunne Uabijnen bevestigen, dat
men veertig jaren vóór de verwoesting van Jeruzalem ,
hetwelk met den dood van Jesus Curistus uitkomt, ge-
stadig in den tempel vreemde dingen gezien heeft; alle
dagen vertoonden zich nieuwe wonderbare verschijnse-
len; zoo dat een vermaarde Rabbijn zelf eens uitriep:
j> o tempel! o tempel! wat is het, wat u beweegt, en
waarom maakt gij u zeiven verlegen?" Wat is er aan-
doenlijker dan dat gsselijke gedruis, hetwelk er op den
Pinksterdag in liet heiligdom van den tempel werd ge-
hoord , en de duidelijke stem , die van het binnenste van
die gewijde plaats riep: laat ons hier uitgaan, laat ons
hier uitgaan. De heilige Engelen, de beschermers van
den tempel, verklaarden openlijk, daf zij hem verlieten,
omdat God, die er zoo vele eeuwen zijne woning geves-
tigd had, hem had verworpen. Eindelijk haddgn de Jo-
den , vier jaren vóór den oorlog, waardoor Jeruzalem
verwoest werd , er een schrikkelijk voorteeken van ,
waarvan al het volk ooggetuige was; de Joodsche ge-
schiedschrijver Flavius JosEPiius verhaalt het aldus:
O Een man met name Ji,si;s zoon van yVuANus, kwam
van het land op het Loofhuttenfeest, toen de stad nog
in eenen volmaakten vrede was, en begon eensklaps
uitteroepen: wee der stad, wee den tempel, stem van
het oosten, stem van het westen, stem van de vier
winden; wee den tempel, wee JeruzalemV' Hij liep
dag en nacht gestadig de stad op en nêer, en herhaal-
de gedurig dezelfde bedreiging. De stadsregering deed,
om hem te doen zwijgen, hem streng tuchtigen. Hg