Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( liß )
ons met God verzoend heeft; en deze verdiensten van
j£sts CnmsTrs worden zoo wel den bejaarden als den
kinderen toegepast door het H. Sacrament des Doopsels,
volgens deze woorden: « Er is geen andere naam onder
den Hemel den menschen gegeven, door denwelken wij
moeten zalig worden." En ook deze: s Zie daar het
Lam Gods, zie daar die wegneemt de zonden der we-
reld; gij allen, die gedoopt zgt, hebt Cnnisius aange-
trokken." Alzoo hebben de kinderen, zelfs degene, die
van gedoopte ouders geboren zijn , noodig om het Doop- |
sei te ontvangen, omdat zij de erfzonde van Ajjam over- j
geërfd hebben, die niet kan uitgewischt worden dan 1
door het water der wedergeboorte, tot verkrgging van :
het eeuwige leven. Om deze reden zijn, volgens de
overlevering der Apostelen, de kleine kinderen zelve,
die nog niet eene eenige personele of dadelgke zonde
hebben kunnen begaan, waarlgk gedoopt geworden ter
vergeving der zonden, opdat de wedergeboorte in hen
de besmetting uitwissche , die zg door de geboorte ge-
kregen hebben; want ten zg iemand herboren worde
uit het water en den Heiligen Geest, zoo kan hg in het
rijk Gods niet ingaan. Door de genade, die in het
Doopsel verleend wordt, wordt de schuld van de erfzonde
waarlijk vergeven en uitgewischt; want God haat niets
in degene die herboren zgn, en er is geene verdoemenis
voor degene, die met Jrsüs Christus begraven zijn door
het Doopsel om de zonde af te sterven, en die niet naar
het vleesch wandelen; maar die den ouden mensch uit-
trekkende, en den nieuwen mensch aandoende, onschul-
dig, onbevlekt, erfgenamen van God en mede-erfgena-
men van .Tesus Curistus geworden zijn, zoodat er niets
meer is, hetwelk hen belet om in den Hemel te gaan.
De IL Kerkvergadering erkent altgd, en belgdt, dat de
begeerlijkheid of het aanloksel (/omes) tot de zonde over-
blijft in degene, die gedoopt zijn; daar deze begeerlgk-
lieid overblijft om bestreden te worden, kan zij degene
niet benadeelen, die er hunne toestemming niet aan ge-
ven, maar die door de genade yan Jtsvs Christus, haar