Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( »4 )
was; en aldaar zich voor God nederwerpende, bad hij
voor de zonden van het volk. Hij bleef zoo lang in de-
ze houding, dat zijne kniën zoo verhard waren als de
huid van eenen kameel. Om zijn gestadig gebed, en
zijne brandende liefde kreeg hij den bijnaam van
dige. JNa den dood van Festus den stedehouder van Ju-
deä, en vóór de aankomst van zijnen opvolger, wilde
de Hoogepriester Ananus van dien tusschentijd gebruik
maken, om den voortgang van het Evangelie te beletten.
Hij belegde eene groote Ilaadsvergadering, waarvoor de
H. Jacobus gebralgt werd. In het eerste veinsde hg als
of hij hem omtrent Jesus Cuhistus wilde raadplegen. Het
volk, zegt hij hem, neemt Jsscs voor den Messias aan;
gij kunt deze dwaling doen ophouden, omdat ieder een
gereed is om uwe woorden te geloouen. Vervolgens bragt
men hem op het dak van den tempel, opdat hg van de
geheele menigte zoude kunnen gehoord vi^orden. ïoen
men hem op die verhevene plaats zag, schreeuwden de
Schriftgeleerden en de Fariseën hem toe: » O regtvaar-
dig Man! wien wij allen moeten gelooven! naardien het
volk dwaalt met den gekruisten Jesus voor den Messia»
te houden, zeg gij ons, wat wij er van moeten denken."
Toen antwoordde de H. Jacobus, met eene luide stem:
B Jesus , de Zoon des menschen, van wien gg spreekt ^
zit nu aan de regterhand van de opperste Majesteit, als
Gods Zoon, en Hij moet op de wolken des Hemels ko-
men om de geheele wereld te oordeelen." Eene zoo uit-
drukkelijke getuigenis, voor de Godheid van Jesus Cimis-
Tus afgelegd, diende zeer veel om de nieuwe Christenen
in het Gelooi", hetwelk zij omhelsd hadden, te verster.
ken; zij riepen allen uit eenen nfond: » Lof zg den Zoon
van David; eer en lof zij Jesus CnnisTus!" Maar van
den anderen kant zeiden de Fariseën, toen zij zagen,
dat zij in hunne verwachting bedrogen waren: wal heb-
ben wij begonnen? Waarom hebben wij aan Jesus de-
ze getuigenis laten geven ? Wij moeten dat mensch van
hoven neder werpen, en zij begonnen te schreeuwen t
D Hoe ! de Regtvaardige dwaalt ook!" Daarop gingen