Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
{ 75 )
Prinsen en de Edelen van zgne staten over, om met
hem ter Kruistogt te gaan. Zijne reden en zgn voor-
beeld maakten den levendigsten indruk op hun gemoed ,
en de koning zag zich weldra aan het hoofd van een
magtig leger. Hij ging in de maand Julg 1270 te scheep,
en zeilde naar Tunis. Hetgene, wat hem bewoog om
zijn leger daar henen te leiden, was, dat de koning
vau dat land hem reden gegeven had om te gelooren ,
dat hij den Christelijken Godsdienst zoude omhelzen, zoo
hij niet bevreesd was voor eenen opstand zijner onder-
danen. Deze bekeering scheen aan Lobewuk. toe zeec
gunstig te zullen zijn voor de herovering van het heilige
Land, en hij nam haar ook zeer ter harte. O! riep
hij somwijlen uit, mogte ik dien troost eens hehhen om
doopborg te zijn van eenen Mahomedaanschen vorst.'
Eene zoo zoete hoop verdween\ ras: want, zoodra de
Kruisvaarders in Afrika waren aangekomen, deed de
koning van Tuins al de Christenen , die in de stad wa-
ren , gevangen zetten, met bedreiging om hen te doen
onthoofden, zoo het Fransche leger de plaats naderde.
Daar de stad 'Tunis, volgens dien tijd, zeer versterkt
was, en door een talrijk garnizoen verdedigd werd, was
Lodewijk van oordeel om er niets tegen te ondernemen,
eer dat hij de versterking, die hg verwachtte, gekre-
gen had, en hg hield zich tevreden met zijn leger voor
de aanvallen van den vijand te dekken, door zijn kamp
met graven en palissaden te omsingelen; maar er kwa-
men schielijk, zoo sterk, kwade koortsen, en de roode
loop, door de bovenmatige hitte van die luchtstreek, en
door het slechte water, onder zijne troepen, dat het
leger bijna op de helft verminderd werd. De heilige
koning werd er zelf door aangevallen, en oordeelde
van den eersten dag af, dat de aanval doodelijk was.
Kooit toonde hij zich grooter dan in deze netelige om-
standigheid. Ondanks zijne hevige pgnen nam hij altijd
al de koninklijke pligten waar; hij gaf altgd zijne be-
velen met dezelfde tegenwoordigheid van geest, alsof hg
volkomen gezond ware geweest, en zich meerder met an-