Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( " )
gadering om het geschil, hetwelk er ontstaan was , te on^'
derzoeken , en uittewijzen; en nadat de zaak behoor-
lijk verhandeld was, stond de H. Petrus op, en zeide:
D i\Iannen broeders ! gij weet, dat God mij van over lan-
gen tijd onder ons verkoren heeft, opdat de Heidenen
door mijnen mond het woord van het Evangelie zouden
hooren en gelooven, en God, die de harten kent, heeft
voor hen getuigd, gevende hun den Heih'gen Geest, zoo
wel als aan ons;" hij sprak van de bekeering van den
hoofdman Cornelius: b waarom tergt gij God dan met
een juk op den hals der leerlingen te leggen, hetwelk
noch .onze vaders, noch wg hebben kunnen dragen? Maar
wg gelooven, door de genade van onzen Heer Jesus Chris-
tus, zalig te worden, gelgk zij ook." ]><adat de H. Pe-
trus aldus gesproken had , zweeg de geheele vergadering
«til, en zg hoorden den H. Paulus en den H.Bahnaba»
verhalen, hoe groote teekenen en wonderen God door
hen onder de Heidenen gedaan had. Vervolgens nam de
H. Jacobus het" woord op, en bevestigde het gezegde
van den H. Petrus door de getuigenis der Profeten, aan-
gaande den roep der Heidenen. » Weshalve oordeel ik,"
zeide hij, b dat men degene, die uit het Heidendom lot
God bekeerd worden, niet moet ontrusten: maar hun
schrijven, dat zij zich onthouden van de besmettingen
der afgoden, van hoererij, van verstikte dieren, en van
bloed." De Apostelen waarschuwen de Heidenen, om zich
van hoererg te onthouden , omdat deze bij het Heidendom
voor geene groote misdaad bekend stond. Wat het ver-
bod aangaat om van gestikte dieren en bloed te eten,
dit was eene schikking der Apostelen, die dit eenige ge-
bruik van de wet nog voor eenigen tijd wilden onder-
houden, om alzoo des te gemakkelijker de Heidenen met
de Joden te vereenigen. Nadat het geschil beslist was,
besloten de Apostelen, de Priesters en de geheele Kerk,
om eenigen uit hen te verkiezen, èn hen met Paulü»
en Babnabas naar Antiochië te zenden, en zij gaven hun
eenen brief mede, waarin het besluit der Kervergadering
in de volgende bewoording stond uitgedrukt: Het heeft