Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 10 ) I
als zij over de harten zegepraalt, zonder den vrijen wil
te benadeelen. Van den eenen kant handelt God aU
Heer en Meester, en vindt geenen tegenstand; van den
anderen kant, laat God die van den mensch vrijwillig
wil gehoorzaamd worden, hem de magt um te kunnen
wederstaan.
IV. HOOFDDEEL.
De Kerkvergadering van Jeruzalem.
Eenige nieuwhekeerde Joden bleven nog aan de wel
van Mozes gehecht, en wilden de Heidenen, die tot het
Christendom bekeerd werden, er ook aan onderwerpen.
Zoodanige Joden kwamen er te Antiochië, alwaar de H. ;
Paulus en de H. Bahnabas toen waren, en zg verwek- •
ten er cene groote opschudding met te zeggen, dat de ^
Heidenen, die zich tot het Geloof bekeerden, zoo zg niet
besneden werden, en de andere gebruiken van de wet
van Mozes niet onderhielden, niet konden zalig worden.
De H. Pauetjs en de H, Barnabas verzetten zich daar-
tegen, bewerende, dat Jesus Christus gekomen was, om
de menschen van dat juk te ontslaan, en dat zijne ge-
nade dengenen niet zoude baten, die de besnijdenis nog j
voor noodzakelgk hielden. Er werd dan besloten, dat i
zg naar Jeruzalem zouden gaan, om met de Apostelen o- i
ver deze zaak te raadplegen. Bij hunne aankomst werden i
zg van de geheele Gemeente ontvangen. De H. Paulus i
had deze reis door de goddelijke inspraak ondernomen, j
Hg sprak hierover met de Apostelen , die te Jeruzalem i
waren; te weten met den H. Petrus, den H. Jacobus,
en den H. Joannes , die men voor de pilaren der Kerk
hield: hg vergeleek de leer, die hij den Heidenen verkon-
digde, en die hij van geenen mensch, maar door de open-
haring van Jesus Christus geleerd had, met de leer, die
aij verkondigden; alles kwam met elkander overeen. De
vijf Apostelen en de Priesters hielden yerrolgens eene yeti