Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 9 ) I
ran God cn van de hemelscTie dingen aflefrekken.
Zij vergaderden zich zoo dikmaals als zij maar konden,
om zaaien-te bidden, overtuigd, dat, hoe meerder men-
schen zamen vereenigd zijn, om dezelfde genade van
God aftesmeeken, boe krachtiger bun gebed is, om
die te verkrijgen, volgens bet woord des Heeren, als er
twee van u zamen vergaderd zijn op aarde, al wat zq
vragen zullen, zal hun gegeven worden van mijnen Va-
der , die in den Hemel is; want alwaar er twee of drie
in mgnen naam vergaderd zijn, daar ben ih in hun mid'
den. Om meermalen bunnen aandacht tot God te ver-
levendigen , baden zg ieder in bel bijzonder vóór en na
hunnen arbeid: zij oefenden zich in de wet Gods, over-
wogen te huis hetgene, wat zij in de algemeene vergade-
ring gehoord hadden, en zij onthielden hetgene, wat hunne
Herders hun hadden uitgelegd, zij spraken er met elkan-
der over: voornamelijk waren de huisvaders bezorgd, om
dit in hunne huisgezinnen te herbalen. Alzoo was het
leven der Christenen eene gestadige bezigheid van te
bidden, te lezen , en te arbeiden, en dit deden zij volgens
de daartoe gezette tijden, zonder geene andere tusschen-
poozing , dan die de behoeftigheid des levens vereischte.
Hoe verwonderbaar is dit gedrag in eene meenigte van
menschen, die zich tot hiertoe aan al de wanorden dec
afgoderij hadden overgeleverd! Waarvan daan kwam
eene zoo schielijke en wonderlijke verandering? Zij moes-
ten wel levendig getroffen zijn door de wonderen en de
deugden dergener, die dezen nieuwen Godsdienst ver-
kondigden; Gods Geest moet wel krachtig op hunne ziel
gewerkt hebben, om er nieuwe menschen van fe ma-
ken , menschen, die vreedzaam en ootmoedig van harte
waren , menschen , die kuisoh waren en zich verstorven ;
menschen, die hun hart niet aan de rgkdommen hecht-
ten , en die geen verlangen hadden, dan naar de onw
zigtbare en eeuwige goederen. Eene zoodanige veran-
dering is duidelijk het werk van die raagt, die de v/e-
leld uit niet geschapen heeft, en die nog grooter schijnt,
* i