Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 17 ) \
nelgk en zoo godsdienstig, als hij er te voren verschrik-
kelijk uitzag. Men dacht, dat hij slechts een groot veld-
heer was; maar hij toonde, dat hg ook een verstandige
wetgever was, en dat hij zich, door zgne bevelen, van
eijne onderdanen zoo wel wist te doen gehoorzamen, als
hij zich, door zgne wapenen, bij andere volken had
doen vreezen. Hg gaf terstond goede wetten uit ora zg-
nen nieuwen staat te regelen, en daar de Noormannen
tot hiertoe gewoon waren geweest om op roof uit te gaan,
gaf hg zeer sirenge wellen tegen de dieverg. Zij wer-
den zoo naauwkeurig nagekomen, dat men zelfs niet
durfde oprapen hetgene, wat men bij den weg vond. Zie
er hier eenen merkwaardigen trek van: de Hertog had
eens eenen van zijne armbanden aan de takken van eenen
eiken boom gehangen, waaronder hg bij eene jagtpartg
was gaan zitten, en vergat om hem er weder af te ne«
men: deze armband bleef er drie jaren hangen, zonder
dat iemand hem dorst wegnemen ; zoo vast was men
verzekerd, dat aan het onderzoek en aan de gestreng-
heid van Roi.i.om niets konde ontgaan. Zgn naam al-
léén boezemde zoo veel schriks in , dat het genoeg was,
om, als aan iemand eenige geweldenarij was aangedaan,
hem aan te roepen, om al degene, die het bojrden,
te verpligten om den kwaaddoener te veryolgen.j
CXXVIII. HOOFDDEEL,
Bekeering der Hongaren.
Het Jaar looa.
De Hongaren, een wild volk, oorspronkelgk uit Scy-
thië, verwoestten Duitschland, en drongen tot in Lot-
haringen door. Zg lielen overal de sporen van de ver-
schrikkelgkste wreedheid achter: zg staken de Kerken
in brand, vermoordden de Priesters bij de Altaren, en
namen eene groole menigte van Christenen, zonder on-
derscheid van jaren, van kunne, of van staat, gevan-
gen mede. Echter is de chriitelijke Godsdienst vermo-