Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( »4 )
donderdags een vyelnig kruiden. Petrus was voor al da
Monniken een levende regel door zijne ijverige oefening
van allerlei boetvaardigheid en een volmaakt voorbeeld
van alle deugden. De Paussen, ziende van hoeveel nut-
tigheid voor de Kerk de gaven van godsvrucht en van'
wetenschap, waarmede God hem had begunstigd, kour
den zgn, verhieven hem tot de eerstekerkelgke waardige
heden. Hij werd Kardinaal en Bisschop van Ostia. Toen
arbeidde hij met eenen onvermoeiden ijver en met eene
heilige vrijmoedigheid tegen de verslapping, en om de
heilige wetten van de Kerk wederom in hare kracht te
stellen. Daar hij tot verscheidene gezantschappen ge-
bruikt werd, vergat hij niets om de ergernissen te we-
ren , om de misbruiken af te schaffen, en om overal
eene naauwgezette tucht te herstellen. De hervorming
in de vergaderingen der Geestelijken, die te Rome in
eene Kerkvergadering, onder Alexander H., in het jaar
io63 gemaakt werd, is eene van de vruchten van zij-
nen ijver geweest. Reeds in de vierde eeuw waren er
vergaderingen van Geestelijken gevormd, die niets in
eigendom bezaten, en die te zamen leefden onder het
gezag v^n den Bisschop. Midden in de steden wo-
nende, oefende zij, zoo veel hunne bedieningen het
toelieten, de verloochening, de afzondering, en den stren-
gen levensaard der Monniken. Deze inrigting verdien-
de van den H. Amerosius zeer geprezen te worden, die
er aldus van spreekt: a Het is cene menigte van geheel
hemelsche en engelachtige menschen, dag en nacht be-
zig om goddelijke lofzangen te zingen, zonder degene te
verwaarloozen, die aan hunne zorg zijn aanbevolen. Zij
hebben hunnen geest altijd gezet op het lezen of op deu
arbeid. Is er iets wonderbaarder dan zoodanig leven,
waarbij de moeijelgkheid en de strengheid van het vasten
wordt vergoed door den vrede der ziel, ondersteund door
het voorbeeld, verzacht door de gewoonte, en veraan-
genaamd door heilige bezigheden ? Zoodanig leven wordt
niet gestoord door tijdelijke zorgen, noch afgetrokken
door de wereldsche bekommeringen, noch gehinderd door