Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 268 ) \
maatscliappijen zicb hadden gescheiden; als den altijd leven-
den stam, dien de afgesnedene takken in zijn geheel lie-
ten blqven; zij noemden haar c/eg-rooie Kerk, de Catholg-
ke Kerk: het was niet mogelijk om haar eenen anderen naam
te geven, noch om er eenen anderen stichter dan Jesus
Chhistüs van te vinden. De ketters integendeel droegen op
hun voorhoofd het kenmerk van nieuwigheid en van op-
stand, dat zij niet konden bedekt houden. Zij droegen al-
tijd den naam van hunne stichters: vergeefs werden de Ari-
anen , de Palagianen, de Nestorianen gebelgd over den
naam, dien men hun gaf; ondanks hunne tegenspraak wilde
de wereld op eene natuurlijke wijze spreken, en noemde
elke sekte bij den naam van haren eersten sfiditer. Deze
zigtbare daadzaak, dat zij zich van de groote Kerk , van de
oude Kerk, van de Apostolische Kerk hadden afgescheiden,
bleef altijd in de gedachten: deze vlek hunner nieuwigheid,
die zij niet konden uitwisschen, getuigde aUijd tegen hen ,
en toonde voor de oogen van het Heelal, dat hunne sekte
het werk van menschen was. Ook zign die, van dent
stam des booms afgehouwene takken, altijd onvruchtbaar
geweest: er was geen groei in, enzg droogden eindelijk in
afgelegene hoeken uit. De werken der menschen zijn te
niet gegaan, niettegenstaande de helsche magt hen onder-
steunde; maar Gods werk is vast en onwrikbaar blijven
staan. De Kerk heeft over de ketterqen, even als over dei
afgoderij gezegepraald. Zij zal insgelgks zegepralen over al;
de ketterijen, die in de Kerk van Jesus Christus zulleni
opstaan, zij zullen allen aan hare voeten nedervallen; harei
vorige overwinningen zijn voor haar een zekere waarborg
dat zij in het vervolg altgd zal blijven overwinnen: de
beloften die zg van haren goddelijken Stichter ontvangen
heeft, zijn eeuwigdurend, en zullen in alle volgende
eeuwen niet ophouden vervuld te worden.
Einde van^het eerste Deel.
——9I3@ÏI6———