Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 4 ) I
er ifmand boodschappen, dat de gevangenen in den tem- >
pel waren , en het volk leerden. Daarop ging de Hop- i
man met de dienaars henen, en bragt de Apostelen me- .
de zonder hun eenig geweld aanfedoen: want zij vrees- i
den voor het volk. Als zij voor den raad gekomen wa- i
ren , zeide hun de Hoogepriesfer; hebben wg u niet uiu
druhkelg k verboden, in den naam van JbsOs te predi-
ken? waarom hebt gij dan Jeruzalem met uwe leer ver-
vuld, en wilt gij ons het bloed van dit mensch te Idsie
leggen? Petrus en de Apostelen antwoordden: menmoet
aan God meer 'gehoorzamen , dan aan de menschen, —
de wet der menschen strijdt met de wet van God, dan
behoeft men zich niet te bedenken; men moet ^der wet
Gods de voorkeur geven. — Grootmoedig antwoord, hetwelk
al de Martelaren, op het voorbeeld der Apostelen , voor
de tirannen herliaald hebben, als deze hun verboden te
doen hetgene , wat God beveelt, of hun bevolen te doen
hetgene, wat God verbiedt. De leden van den hoogen-
raad , van spijt barstende, beraadslaagden om de Apos«
telen te dooden; maar een hunner met naam GAMALiëx,,
gaf hun eenen meer gematigden raad aan de hand , en
zeide : komt dit werk van menschen , zou zal hel van zelf
weldra te niet gaan; maar komt het van God, zoo kunt
gg het niet te niet doen. Deze raad werd aangenomen ;
echter liet men de Apostelen , eer men hen wegzond , gee •
selen, en men verbood hun op nieuw, om in den naam
Jesus te spreken. De Apostelen gingen wel verblijd j
weg, omdat zij waardig gevonden waren , deze versmaad-,
heid voor den naam van hunnen Meester te lijden: zij f
hielden ook niet op om Jesus Christus in den tempel
te verkondigen , en om dagelgks de geloovigen in hun-
ne huizen te onderwijzen.
II, HOOFDDEEL.
JVonderbare voortgang van het Evangelie.
Het getal der leerlingen van Jïsus Cukistus werd van: