Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
( )
ger van Leo, volgde het spoor van zijnen vader, en gln^
zelfs nog veel verder. In de goddeloosheid opgevoed, en
door zijne oploopende en toornige inborst nog stoutmoe-
diger en onbeschaamder , vervolgde hij woedend degene,
die de beelden der Heiligen vereerden. Konstantinopel
werd een tooneel van wreedheden: men stak den Catho-
lijken de oogen uit, men sneed hun de neus af, men
verscheurde hen door geeselslagen, men wierp hen in zee.
üe keizer had het voornamelgk op de Monniken gemunt;
-'"ec zgn geene zoo groote beschimpingen, noch folteringen
uit" te denken, welke hij hun niet aandeed; men smeerde
hunnen baard met pek, en stak dien in brand, men sloeg
de afbeeldingen der Heiligen, welke op planken geschil-
derd waren, op hun hoofd aan stukken. Constantinus
had vermaak in deze afgrijselijkheden; niets was hem
aangenamer, dan dat men hem bg den maaltijd met zoo-
danige verhalen vermaakte. Niet tevreden met deze wreed-
heden door zgne bedienden ten uitvoer te brengen, wil-
de hij zelf er de bestuurder van zijn. Hij deed bg dc poor-
ten van Konstantinopel eenen regterstoel opregten. Aldaar
deed hij, omringd door beulen, in het midden van de
keizerlgke hofhouding, de Catholgken pijnigen, en voed-
de zijne oogen met dit voor ieder ander mensch verschrik-
kelgke, maar voor hem en zgne hovelingen vermakelgke
schouwspel. Er was digt bij Nicomediê een H. Abt, ge-
naamd Stephanus , wiens deugd door al het volk zeec
geëerd werd. De keizer wilde hem tot zijne partij over-
halen, en deed hem naar Konstantinopelhxer\gea, enxi^m
zelf op zich om hem te ondervragen, vertrouwende, dat
hg hem door zijne reden zoude in het naauw brengen:
want die vorst heelde zich in, dat hij zeer bekwaam was
in de redekunde. Hij begaf zich dus in eenen woorden-
strijd met den H. Abt: d O dom mensch,"zeide hem de
keizer, n hoe, begrgpt gij niet, dat men het beeld van
Jesus Christus met voeten kan treden, ponder Jesus
Christus zelven te beleedigen?" ïoen ging Stephanus
nader bij hem, en toonde hem een stuk geld, waarop
het afbeeldsel des keizers stond: » Ik kan dan," ant-
i