Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
-^aaelfSI
( 227 ) \
Frankrgk, en wêrd er door den Bisschop van^r^e«, die
Vilcaris van den Heiligen Stoel i* de Gaulen w^s, tot
Bisschop gewijd. Verviojgcns keerde hij weder naar .E/?^'«-
land, waar hij veelvoudige vruchten voortbragt,omdat God
zijne prediking door schitterende en veelvuldige wonderen
bekrachtigde. Hij doopte te Kantelberg op den feestdag
van de geboorte van Jesus Christus meer dan tien dui-
zend personen. Het gerucht der Mirakelen, welke de
H. Aupustinits in Engeland deed, werdt zelfs tot in
Rome verspreid; en de H. Gregorius schreef hem, om
hem heilzame vermaningen te geven, en om hem te lee-
ren beven midden onder 'de gestadige wonderen, die God
door zijne bediening uitwerkte.- Nadat hij hem had ge-
luk gewenscht met de bekeering der Engelanders, zeide
hij hem: n Waarde Broeder! deze vreugde moet met vrees
gepaard gaan; want ik weet, dat God in het midden
van dit volk, groote dingen door u gedaan heeft. Laat
ons indachtig zijn, dat toen de Apostelen met vreugde
tot hunnen goddelijken Meester zeiden: Heer, de duive-
len zelve zgn ons onderdanig in uwen naam; Hg tot
antwoord gaf: Verblgd u daarin niet, dat de geesten
u onderdanig zijn, maar verblgdt u, dat uwe namen
in den Hemel geschreven zgn. Terwijl God door u zoo-
danige uitwendige teekenen doet, moet gij, waarde Broe-
der! u inwendig strengelgk beoordeelen,' en wél weten
wie gij zijt. Zoo gij u herinnert God door woorden of
daden beleedigd te hebben, stel u altijd deze feilen le-
vendig voor oogen, om het heimelgke welbehagen, het-
welk in uw hart zoude kunnen opstaan, tegen te gaan:
denk, dat deze gave van Mirakelen te doen u niet voor
u zelven gegeven is, maar voor degene, die gij tot de
zaligheid moet opleiden. Gij weet wat de waarheid zejl-
ve in het Evangelie zegt: Kelen zullen lot mg zeggen:
Heer! hebben wg in uwen naam niet vele wonderen ge-
daan? en ik zal hun openlijk zeggen: ik heb u nooit ge-
kend. Niels bewijst beter de waarheid der Jllrakelcn
van den H. Augusttsus dan deze ernstige vermaningen
van den H. Greoorics. Naar mate dat de bekeeringen