Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
{ 322 ) ;
Bloed van Jesus Christus ontving; daama de handen
hemelwaarts heffende, gaf hg, in den ouderdom van
drie en zestig jaren, den geest. De H. Benedictus
heeft aan zijne leerlingen eenen voortreffelijken regel
nagelaten, die verdiend heeft door den H. Paus Grego-
rius zeer geprezen te worden. Men ziet er eenen Man
,in, die in de kennis der zaligheid uitgeleerd is, en die
door Gods Geest is opgewekt, om de zielen tot de ver-
hevenste volmaaktheid op te leiden. Men vond dezen
regel zoo verstandig, zoo vol bescheidenheid, dat al de
Monniken van het Westen beloften hebben gedaan om
hem te volgen. De vermaarde Cosmas de Medicis, en
vele andere kundige wetgevers lazen dikwijls den regel
van den H. Benedictus: zij beschouwden hem als eene
rijke bron van grondstellingen, die bekwaam waren om
de menschen de kunst van anderen wel te besturen, te
leeren. Ook werd dit godvruchtige gesticht eene bron
van allerlei kostbare voordeelen ; behalve het groote
nut van deugd, welke men er zag uitblinken, heeft men
in deze eerbiedwaardige verblijfplaatsen, volgens de op-
merking van Fleurij , de schoone boeken der oudheid,
zoo kerkelijke als wereldlijke , bewaard, die zonder de
bezorgdheid der Monniken nimmer tot ons zoude gekomen
zgn: aldaar hebben de wetenschappen en de schoone
letteren, na de verwoesting der barbaren, haar duur-
zaam bestaan gevonden.
XCVIII. HOOFDDEELi
Over de drie Capitolj, Vgfde algemeene Kerkvergadering,
Het Jaar 552.
_ Na den dood van den keizer Marcianus, stak de par-
tij van Eutijches in Egypte weder het hoofd op, en die
sektarissen begingen er vreesselijke geweldenarijen. Men
durfde er zich uit hoofde van hun groot getal, en van
de gunst, waarin zij stonden, niet tegenstellen. Zij de-
den hunne uiterste pogingen ora het gezag der Kerkyer-