Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 186 ) \
eindigde met hem te waarschuwen, dat hg, zoo lang
hg deze misdaad door de boetvaardigheid niet had uitge-
wischt, hg de heilige Geheimen niet konde tegenwoor-
dig zgn. Theodosius wilde echter näar de Kerk gaan,
maar de H. Bisschop ging hem te gemoet: n Blijf staan,
vorst!" zeide hg hem; » gg hebt nog geen genoegzaam
gevoel van de afschuwelijke grootheid uwer zonden: denk
ééns bij u zeiven, met; welke oogen zult gij den heiligen
Tempel aanzien? Hoe zult gij ingaan in het Heiligdom
van den ontzaggelijken God! uwe handen rooken nog
van het onschuldige bloed; zoudt gij er het ligchaam des
Heeren durven ontvangen? Keer weder, prins! en voeg
geene heiligschenderij bg zoo vele doodslagen." Daar de
keizer zijne misdaad wilde verschoonen door het voor-
beeld van David, die zich aan echtbreuk en doodslag
had schuldig gemaakt; zoo hervatte Ambrosius: »Gij hebt
hem in zijne zonden nagevolgd, volg hem dan na in
zijne boetvaardigheid." Theodosius nam deze uitspraak
aan, als of zij uit Gods mond kwam. Hij keerde al
zuchtende weder naar zijn paleis, en bleef er acht maan-
dén lang opgesloten. Bij de aannadering van het feest
der geboorte des Heeren, gevoelde hij zijne droefheid
verdubbelen. » Hoe!" zeide hg, d de tempel des Hee-
ren staat open voor den geringsten mgner onderdanen,
en zijn ingang is mg ontzegd!" Hg begaf zich, niet
naar de kerk zelve, maar naar eene nabijgelegene zaal,
alwaar hg den H. Bisschop bad om hem te ontbinden.
Ambrosius bragt hem onder het oogf dat hg bij de hei-
lige Geheimen niet konde tegenwoordig zijn, dan nadat
hij zich aan de openbare boetpleging had onderworpen.
Theodosius nam de voorwaarde aan. De H. Bisschop
vorderde nog, dat hij eene wet gaf, dat er gedurende
dertig dagen niemand ter dood moest veroordeeld wor-
den. Theodosius liet oogenblikkelijk de wet schrijven,
onderteekende dezelve, en beloofde die te onderhouden.
De H. Ambrosius , door de gehoorzaamheid van Theodo-
sius, en door deszelfs gverig geloof getroffen, ontsloeg
hem van den kerkdijken ban, en stond hem toe om in