Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 184 ) \
scliop van Aniiochiê, was in de bittersfe droefheid gew
dompeld, zijne ingewanden werden verscheurd, hij bragt
al de dagen en nachten door met tranen voor God te
storten, en smeekte hem, om het hart van den vorst te
vermurwen« Eindelijk ging deze Grijsaard , die nog eer-
waardiger was om zijne heiligheid dan om zijne hooge
jaren , naar den keizer om hera de genade voor zijn volk
te vragen. Toen hij voor Theodosius verscheen, bleef hij
eerst van verre staan, sloeg zijne oogen naar den grond,
als ware hij alléén beladen met de misdaad zijner kin-
deren. De keizer ziende, dat hij beschaamden verschrikt
stond, ging naar hem toe, en al de weldaden , waarmede
hij de stad Antiochië overladen had, optellende , voegde
hij er bij iederen trek bij: » Heb ik dan aldus zoo vele
versmaadheden verdiend V" Flavianus, wiens hart van
de billgkheid dezer verwijtingen doorboord was, gaf eene
diepe zucht, en zeide hem: » O vorst! wij verdienen
alle bedenkelijke straffen: keer Anüochië het onderste
boven, verbrand het: en wij zullen nog niet genoeg ge-
straft zijn. Er is nogtans een redmiddel voor onze ram-
pen overig: gij kunt de goedheid van God navolgen; door
zijne schepselen ten hoogste beleedigd, heeft Hij hun
de vergiffenis geschonken. Hij heeft hun den Hemel ge-
opend. Zoo gij aan ons vergiffenis schenkt, hebben wij
ons behoud aan u te danken; maar uwe goedertieren-
heid zal uwen roem eenen nieuwen luister bijzetten. De
ongeloovigen zullen uitroepen: Hoe groot is de God der
Christenen! Hij verheft de menschen boven hunnen na-
tuur; Hij weet er Engelen van te maken. Vrees niet
dat de straffeloosheid de andere steden zal bederven:
Ach ! ons lot moet hen zeker afschrikken; de schrikkelgke
verlegenheid, waarin wij gedompeld liggen, is de wreed-
ste der straffen. Bloos niet om naar eenen zwakken
Grijsaard te luisteren , gij luistert alzoo naar God zelven;
Hg is het, die mij tot u zend, om u het Evangelie voor
te houden, en om n van zrjnen't wege te zeggen: zoo
gij de beleedigingen , die tegen ubfgaan zijn , niet kwijt-
scheldt, zil uw Lemelsche Vader u de uwe niet kwijt-