Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( lü; )
degen over, zonder zich te bedenken. Ondertusschen deed
de keizer hem weldra zijnen degen wedergeven, omdat hij
zich van de diensten van eenen zoo uitstekenden veldheer, in
eene omstandigheid, waarin zij hem noodig werden, niet
wilde berooven. Eer dat Jovianus de teekenen der kci-
zerlgke waardigheid aannam, liet hij het leger bijeen ko-
men , en hij verklaarde, dat hij, daar hij aan den Chris-
telijken Godsdienst gehecht was, niet wilde bevelen over
afgodische soldaten, die God niet zou beschermen. De
soldaten riepen allen met eenparige stemmen. » Vrees
daar niet voor. Prins! gij voert het bevel over Chrislcr
nen : de oudsten onder ons zijn onderwezen door den groo-
ten Constantinus, de anderen door zgne zonen. Julianus
heeft te korten tijd geregeerd, om de goddeloosheid te doen
wortelen in degene zelven, die bg verleid heeft." Dit ant-
woord behaagde zeer aan Jovianus: hij stelde zich aan
hun hoofd, en door de wijze maatregelen, die hg nam ,
bragt hij hen binnen weinige dagen op het grondgebied
van het keizerrijk terug. Toen leide die godvruchtige kei-
zer zich toe om de wonden, die Julianus der Kerk had
toegebragt te genezen. Eene van zijne eerste zorgen was,
den H. Athanasius terug te roepen, en hem op zijnen Bis-
schoppelijken stoel te herstellen. De brief, dien hij den H.
Bisschop schreef, drukt den diepen eerbied uit, dien hij voor
hem had. Athanasius verliet nogmaals zgne eenzame plaats,
en verscheen weder te Alexandrië: de rampen der Kerk
waren altijd met de ongenade van dezen H. Kerkvoogd
vergezeld, en zijne zegepraal was de hare. De Ariamen
poogden echter Jovianus tegen hem in te nemen, maar
het gelukte hun niet: de keizer kreeg in tegendeel meer
achting voor den II. Kerkvoogd, en hij vereerde hem
altijd met een bijzonder vertrouwen. Om zich in het
geloof te versterken, en niet van het vaste punt van het
geloof der Kerk af te wgken, verzocht hij den H. Atha-
nasius om hem eene zuivere en juiste uitlegging van de
Catholijke leer te zenden. De H. Bisschop voldeed aan
het verlangen van den keizer: hij zeide hem klaar en
duidelijk het Geloof yan I^icea, en hg gaf hem te ver-
il