Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
.( 1Ö6 )
hoorders, wier velen er ooggetuigen van waren geweest,
en zij zijn niet tegengesproken geworden. Een vermaar-
de Rabbijn, die in de volgende eeuw schreef, schoon het
van zijn belang was om er van te zwijgen, verhaalt de-
ze gebeurtenis, en hij haalt er de jaarboeken zijner na-
tie bij aan. Julianus zelf bekent, dat hij beproefd heeft
om den tempel van Jeruzalem weder op te bouwen; en
zijn stilzwggen van de verhindernissen, die hem zijne
onderneming hebben doen staken, is eene stilzwggende
bekentenis van hetgene, wat de schrijvers van zijnen
tijd verhalen. Toen ondernam Jui-ianus een oorlog tegen
de Perzianen, waarin hij ellendig omkwam ; zijn dood
werd beschouwd als eene uitwerking der goddelgke wraak
omtrent dezen afgevallenen vorst, en eener bijzondere voor-
zienigheid omtrent de Kerk, welke hij vervolgde.
LXXI. HOOFDDEEL.
JoVlA»vs, keizer geworden , hescherml het Catholgke Geloof.
Het Jaar 363.
Terstond na den dood van Julianus hielden de voor-
naamste officieren van het leger raad, en droegen een-
paiig het keizerrijk aan Jovianus op. Hij was bevel-
hebber der keizerlijke lijfwacht, en zijne persoonlijke hoe-
danigheden hadden hem de grootste hoogachting verwor-
ven. Behalve eene bekende dapperheid, bezat hij de
kunst, dat hij zich in de neteligste omstandigheden wist
te redden. Daar het Romeinsche leger toen in het mid-
den van Perzië was, had men een zoodanig Opperhoofd
noodig; maar hetgene, wat voor de Kerk het belangrijk-
ste was, is: dat zgn Geloof zuiver was, en dat hij onder
de vorige regering schitterende bewijzen van zijne gehecht-
heid aan den Christelijken Godsdienst gegeven had: want
de keizer Julianus, ten tijde dat hij zich gereed maak-
te om de Perzianen te bestrijden, deed hem bij zich ko-
men , en zeide hem op een' bilschen toon: » Ofter den
goden, of geef mij uwen degen over." Joviams gaf den