Boekgegevens
Titel: Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteur: Lhomond, Charles Francois; Maaseland, Adrianus van
Uitgave: 's Bosch: J.J. Arkesteyn, 1825
2e dr; 1e uitg.: 1822-1823
Opmerking: Vert. van: Histoire abrégée de l'église. - 1787
Dl. 2 o.d.t.: Kort begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-665
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: kerk- en dogmengeschiedenis: algemeen
Trefwoord: Kerk, Geschiedenis (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kort-begrip der kerkelijke geschiedenis, van de Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus, tot de wederkomst van paus Pius VII te Rome, in het jaar 1814
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 164 ) \
Hij verbood den Christenen om de schoone wetenschappen
te leeren, omdat bij wist dat zij nuttig zijn om de dwa-
ling te wederleggen en de waarheid te verdedigen; maar
hij gaf tot reden, dat de Christenen onkundig moesten
blijven, en gelooven zonder te redeneren. Dit soort van
vervolging zou mogelijk schadelijker voor de Kerk zijn
geweest, dan de wreedheid der Nero's én der Diocee-
TiANussEN, bij aldien God, die haar beschermer is, geene
enge palen aan het leven van dien vorst gesteld had,
en alzoo dit helsche plan niet had verijdeld, door er den
stichter van met den adem zijns monds te dooden.
LXX. HOOFDDEEL.
JVLIANVS onderneemt om c^n Tempel van Jeruzalem
weder op te bouwen, Zgn dood.
Het Jaar 363.
De keizer Julianus , daar hij al zijne pogingen aan-
wen dde om den Christelijken Godsdienst te verniptigen ,
leverde hierdoor zelfs een nieuw bewijs van de goddelijk-
heid van deszelfs Stichter, en van de waarheid van zgne
godspraken. Hij kende de voorzeggingen, die de ver-
woesting van den tempel van Jeruzalem als onherstelbaar
aankondigen, hij wist dat Jesus Christus had voorzegd ,
dat de eene steen niet op den anderen zoude blijven.
Om de Schrift hierin logenachtig te maken, onderneemt
hij ora den tempel weder op te bouwen, en schoon hij
de Joden niet beminde; verzocht hij hen zelfs om tot
deze onderneming mede te werken. Hij bezorgde er de
noodige sommen gelds toe, en hij zond eenen zijner ver-
trouwdste dienaren, met name Aeijpius, naar die plaats,
om de uitvoering zijner bevelen te verhaasten. De Joden
kwamen weldra van alle kanten aanloopen; eene ontel-
bare menigte van werklieden kwam op de plaats van
den Tempel bijeen: men ruimde de plaats op, men groef
in den grond , men was ijverig met den arbeid bezig,
om de oade grondslagen op te nemen. Oude mannen.